Leerzame Chemiebeurs over prestaties en indicatoren.

Maar liefst 175 deelnemers kende de zevende editie van de Chemiebeurs in het Van der Valkhotel in Dordrecht op 30 september 2015. De dag stond in het teken van het thema ‘Prestaties en indicatoren in de chemische sector’ en had een feestelijk tintje, want op deze dag werd de overeenkomst tussen het VNCW en Veiligheid Voorop ondertekend. “Een belangrijk moment”, zo benadrukte VNCW-voorzitter Lucien Govaert, “het tekenen van deze overeenkomst is een impuls om als ketenpartner onze leden te stimuleren veiligheid te meten. Het meten van prestaties wordt steeds belangrijker, je moet kunnen aantonen dat een beschermingsmaatregel tot een risicoreductie leidt.” Hoe je dat doet, kwam in de diverse presentaties uitgebreid aan bod.

Genserik Reniers (hoogleraar aan TU Delft, Universiteit van Antwerpen en KU Leuven) beet het spits af met zijn presentatie over het omgaan met risico’s en onzekerheid. Wat is nu specifiek het risico in de chemische industrie? Reniers: “Specifiek voor deze industrie is, dat er sprake is van ‘High Impact Low Probability’: de kans dat een ongeval of incident zich voordoet is zeldzaam, maar de gevolgen zijn groot. Doordat incidenten zeldzaam zijn, is er echter vaak sprake van zelfgenoegzaamheid vanuit de gedachte ‘Het is al jaren niet gebeurd, dus het zal nu ook niet gebeuren’, maar kansen en gevolgen zijn moeilijk te schatten, kijk maar naar de ongevallen in Seveso, Bhopal, Chernobyl of Fukushima. Er zijn grote investeringen vereist die hopelijk nooit hoeven te werken. Dat die toch nodig zijn, heeft te maken met je ‘license to operate’.”

De volgende spreker Willem Scheepers wist naadloos aan te sluiten op de eerste presentatie. Scheepers: “Reniers noemde commitment en communicatie. Dat zijn de soft skills, waarin Investors in People valt. Daarbij onderscheiden we 39 indicatoren die ingaan op vragen als ‘Ken je de strategie van de organisatie?’ en ‘Wat betekent die strategie voor de man op de werkvloer?’ Daar komt het thema veiligheid om de hoek kijken.”

Naast deze sprekers volgden nog diverse anderen zoals Jakko van Kampen, Danny Croese en Jan de Bruin. Een volledig verslag is terug te lezen voor de deelnemers en op de ledensite.

 

Conferentie – Prestaties en indicatoren in de chemische keten op 30 September 2015.

Op 30 September 2015 vindt in Dordrecht het jaarlijkse congres van de VNCW plaats en dit jaar wordt het een absolute must om te komen.

De conferentie van dit jaar heeft als titel Prestaties en indicatoren in de chemische keten en wordt een bijzondere gebeurtenis waarbij het verhogen van prestaties en samenwerken in de keten om de veiligheid te vergroten centraal staan.

Zo zijn er lezingen van Prof. Dr. Ir. Genserik Reniers (TUDelft / Master of Science degree in Chemical Engineering at the Vrije Universiteit Brussel in Brussels, Drs. Jakko van Kampen (TNO) en Martin Schellingerhout en Danny Croese van de DCMR. Daarnaast vindt een speciale gebeurtenis plaats. Tijdens de conferentie kan u daarnaast kiezen uit verschillende workshops. Bovendien wordt twee projecten van de VNCW waaronder Veiligheid voorop en PGS15 check (ga na of u aan de PGS15:2015 voldoet!) tijdens de conferentie gelanceerd en landelijk uitgerold.

Kortom een zeer vol programma maar met voldoende ruimte voor discussie en overleg en bovendien een goede lunch.

 

Opgeven kan via http://www.chemiebeurs.nl/

Nederlandse basiseconomie vraagt om politieke daadkracht.

‘De industrie vormt de motor van de economie en die motor beweegt maar langzaam. In het beleidsplan voor 2015 verwoord bestuursvoorzitter Luciën Govaert van de VNCW, de vereniging voor chemische opslagen de onvrede met de huidige bedrijvigheid ‘Het is hoog tijd voor een integrale aanpak, waarbij de chemische sector, dienstverleners en politiek nauw met elkaar gaan samenwerken. Er zijn positieve ontwikkelingen te bespeuren, maar de werklust is er uit en die moet er weer komen.’

‘Chemiepack en Odfjell hebben een flinke impact gehad op de chemische sector. Vanuit de maatschappij en vanuit de politiek heeft de verontwaardiging een lange nasleep gehad en dat is niet bevorderlijk geweest voor hoe er naar ‘chemie’ gekeken wordt. Gelukkig zijn er geen slachtoffers gevallen. Veiligheid moet nu en de toekomst hoog op de agenda staan en dat staat het. Foutmarges moeten in risicovolle sectoren zo klein mogelijk gehouden worden, maar we mogen niet vergeten dat er overal fouten gemaakt kunnen worden. Als VNCW zijn we bezig een plan op te stellen waarbij we de veiligheid binnen de opslagbedrijven verder kunnen vergroten.’

‘Dienstverlenende sectoren zijn afhankelijk van de industrie als opdrachtgever. Wanneer de industrie uit een stad is vertrokken, dan blijven de banken, accountants, notarissen en de bouwmarkten nog wel een tijdje op de reserves doordraaien, maar feitelijk zijn de moneymakers vertrokken’; aldus de voorzitter. ‘En dat is al een aantal jaren op een landelijk niveau aan de hand. De ideale balans tussen industrie en toeleveranciers is weg. De chemie is er uit. Neem een stad als Deventer waar nadat Akzo Chemicals daar zijn vestiging gaat sluiten ook chemiebedrijf Avantor, voorheen Baker Chemicals, weg gaat. Bedrijven in de chemielogistiek zien dat hun klanten de productie naar Antwerpen verplaatsen, en olieconcern BP zijn opslagterminal in Pernis te koop heeft gezet. Er gaan nu plannen op om de Nieuwe Waterweg uit te diepen, zodat megatankers ook kunnen lossen, terwijl Antwerpen dat allang gedaan heeft. Dat moet een signaal zijn dat je een paar jaar achter loopt op je concurrenten. Afgelopen jaar gaf het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen dat de Amerikaanse oliegigant ExxonMobil meer dan 1 miljard dollar gaat investeren en Total aangaf eerder al aan 1 miljard euro vrij te maken om zijn raffinage- en chemieplatform in Antwerpen te moderniseren. En recentelijk gaf de haven aan binnenkort weer een dergelijke investering te verwachten. Dat geeft aan dat er een actief beleid wordt gevoerd waarbij haven, politiek en industrie weten waar het om gaat: de weg vrij maken voor een actieve industrie, zodat ook de dienstverlenende economie kan floreren. ‘

‘De innovatieagenda’s van de topsectoren zijn een goed initiatief, maar er is vooral een behoefte aan een integrale aanpak en sturing: actief nadenken over de knelpunten in je infrastructuur en actief clusteren en samenbrengen van je basisindustrie en maakindustrie. Nadenken over vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Schrappen van overbodige en verstikkende regelgeving. Nadenken over technologische vernieuwing. Er zijn sectoren waar ondernemers zijn die weten dat de digitalisering van de industrie de kracht van de toekomst betekent. De Factory of the Future in Nijverdal van TenCate, Lely met zijn melkrobots en MOBA, wereldmarktleider op het gebied van robots en machines voor de verwerking van eieren en VDL zijn krachtige voorbeelden hoe het moet. Ook binnen de chemische industrie zijn er veel innovatieve projecten, de vergroening van de chemie, die in de toekomst haar vruchten zullen afwerpen. Op die prachtige voorbeelden alleen kunnen we geen economie draaiende houden. Het wordt tijd voor daadkracht; een integrale aanpak waarbij de politiek haar wil moet tonen.’

En laat ik tot slot ook niet het onderwijs vergeten, aangezien dat bij die integrale aanpak hoort: vernieuwing van het onderwijs. In Zweden leren kinderen op de basisschool al programmeren, in Engeland wordt het vanaf volgend jaar zelfs verplicht en Roemeense kinderen van 15 jaar besteden per week het meeste tijd aan huiswerk van alle Europeanen: vooral aan het vak Science. Wanneer leerlingen in Nederland op de middelbare school geadviseerd wordt, dat ze beter economie kunnen gaan studeren, maar de feitelijke reden is dat er een tekort aan leraren in exacte vakken is dan investeer je niet in de toekomst, maar in werkloosheid. Ik zie inmiddels mooie voorbeelden van scholen die aan het experimenteren zijn met nieuw onderwijs. Daar moet een versnelling in komen. Naast de basisopleiding moet er weer meer werk gemaakt worden van omscholing en van het creëren van arbeidsethos. De banenmotor functioneert niet, maar kan door actieve sturing weer op gang komen.

‘Als opslagbedrijven van (chemische) maken we onderdeel uit van de chemische keten en zijn daarmee deels afhankelijk van een goed functionerende industrie en maatschappij. We hopen dan ook, dat ons pleidooi voor een integrale aanpak tot politieke daadkracht aanzet en de handschoen in 2015 opgepakt gaat worden.’

De Vereniging Nederlandse Chemische Warehousingbedrijven bruist van de energie.

De Vereniging Nederlandse heeft haar plannen voor 2013 gereed en het betreft een ambitieus programma waarbij de energie er van af spat. De vereniging gaat haar communicatie een flinke impuls geven met het opnieuw vorm geven van haar website, het samenstellen van een kennisbank; welke samen het platform van de chemische logistiek moeten gaan worden. Daarnaast gaat de vereniging diverse projecten opstarten zowel nationaal als internationaal. Het vormen van regionale kenniskringen, het presenteren van de Nederlandse Chemielogistiek in het buitenland horen daar bij. De positieve energie gaat zich dit jaar zeker vertalen in nog meer succes voor de VNCW en haar leden.