Broekman Logistics opent nieuw logistiek centrum in Venlo eerder

Door de naderende Brexit opent Broekman Logistics de deuren van haar nieuwe distributiecentrum in Venlo eerder dan gepland. De officiële opening staat nu gepland voor 7 mei, maar produkten worden nu al aangeleverd. Het VNCW lid wil ruimte scheppen in haar warehouses op de Rotterdam Maasvlakte, Europoort en Spijkenisse.

Met de eerder dan geplande opening komt Broekman Logistics tegemoet aan de wens van haar klanten extra opslagruimte bij de Rotterdamse haven te creeeren, welke nodig is dankzij de Brexit. Volgens het bedrijf kunnen klantaanvragen tot tienduizend pallets in de haven positief worden beantwoord. “Door de vervroegde opening van het nieuwe Logistieke Campus in Venlo, heeft het bedrijf diverse klanten eerder dan gepland kunnen verhuizen. Hierdoor kunnen wij onze klanten beter bedienen door de multimodale verbinding met het achterland, alsook ruimte vrijmaken voor de actuele Brexit vraagstukken in de Rotterdamse Haven”, aldus Ron Kuijpers, Director Business Development bij Broekman Logistics. 

Het distributiecentrum van Broekman Logistics in Venlo beslaat een oppervlakte van 64.000 vierkante meter.

Katoen Natie investeert 80 miljoen euro in chemie logistiek

De Belgische logistieke firma Katoen Natie investeert 80 miljoen euro in Limburg. De miljoenen worden in distributiecentra rondom het chemische cluster Chemelot geinvesteerd. Ook breidt de logistiek dienstverlener de terminals in Nuth en Born uit. Het bedrijf heeft op Chemelot een terrein van 12 hectare aangekocht voor de bouw van 54.500 vierkante meter magazijnen en 207 silo’s.

Eigenaar van het bedrijf is de Antwerpse ondernemer Fernand Huts. Katoen Natie gaat in Limburg polymeren en chemische producten opslaan, herverpakken, zeven en compacteren. Het is de bedoeling om in het tweede kwartaal van volgend jaar operationeel zijn. Naast de investering in Chemelot breidt Katoen Natie zijn terminal in het Nederlandse Nuth uit met 10.000 vierkante meter en 60 silo’s. Daarnaast is een stuk grond gekocht in Born, waar een nieuw magazijn van 35.000 vierkante meter zal worden gebouwd.

Ook in het aantal voertuigen wordt geinvesteerd: 115 nieuwe trekkers, 45 nieuwe droge bulkwagens en 10 nieuwe vloeistoftanks. Dat is allemaal samen goed voor een totale investering van 80 miljoen euro.

Op dit moment werken er in de locaties, vlakbij de Belgische en Duitse grens, 250 mensen. Katoen Natie breidt doorlopend uit sinds de komst in 2013 in Limburg.

Reactietijd bij inzet blussysteem oefenen

Automatische blusinstallaties zijn onderdeel van de brandpreventie, welke vanuit de regelgeving verplicht is voor de PGS15 opslagen met een beschermingsniveau 1. Het in werking treden van de blusinstallatie kan echter naast een stuk veiligheid tevens een gevaar opleveren voor de gezondheid van de personen die in de beveiligde ruimte verblijven. De PGS15 richt wat dit betreft nog te veel op de inzet van het blusmiddel en te weinig op de veiligheid van personen. Het is noodzakelijk dat het bedrijf voor dit gevaar duidelijke procedures en oefen programma heeft welke gericht is op het veilig vluchten van alle personen uit de beveiligde ruimte. Het e.a. is geregeld in het SVI blad. Maar meer maartregelen dient door de ondernemer genomen en geoefend te worden.

Ieder blussysteem dat geschikt is voor de opslag van gevaarlijke stoffen heeft zijn beperkingen in de toepassing. Daarnaast is het ene systeem effectiever en veroorzaakt minder neven schade dan het andere systeem. Maar daar kleeft dan weer het risico voor de medewerkers op. Bij installaties waarbij de blusstof vloeibaar wordt afgeblazen bijvoorbeeld, vindt bij de uitstroming direct bij de blaasmond een sterke afkoeling plaats. Deze afkoeling is gevaarlijk voor personen die zich vlakbij de blaasmond bevinden. Zij kunnen door bevriezing brandwonden oplopen. Het betreft dan klachten als hartritmestoornissen, duizeligheid, concentratieverlies, paniek, hyperventilatie en benauwdheid. Daarnaast is koolstofdioxide dat in de atmosfeer voorkomt in hogere concentraties giftig. Bij een concentratie van 17 – 30% en hoger treedt na enkele ademteugen binnen 1 minuut bewusteloosheid op, snel gevolgd door ademstilstand en de dood na enkele minuten. Daar de gemiddelde blusconcentraties ruim boven de 20% liggen, dient absoluut voorkomen te worden dat personen zich tijdens de blussing in de te blussen ruimte bevinden. Personen in de omliggende ruimten lopen ook risico’s door weglekkend CO2 vandaar dat ook in de omliggende ruimte een ontruimingsalarm hoorbaar moet zijn. Ook de lichtschuiminstallaties brengen risico’s met zich mee. De schuimlaag kan binnen ca. 30 seconden al zo hoog worden dat men er niet meer overheen kan kijken en dan is er gevaar voor desoriëntatie. Blootstelling aan geëxpandeerd schuim geeft bij inademing irritatie aan de luchtwegen en gevaar voor verstikking.

Door een defect of een foutieve handeling is het mogelijk dat een blusinstallatie in werking treedt terwijl er in de ruimte geen brandverschijnselen aanwezig zijn. In zo’n geval is er meestal ook geen waarschuwing vooraf door de gebruikelijke alarmen, zodat de mogelijkheid tot tijdig ontruimen ontbreekt. Het kan ook zijn dat de installatie door het automatische brandmeldsysteem of door handbediening aangestuurd wordt na het signaleren van een brand. In een dergelijke situatie wordt voorafgaand aan de blusactie gewaarschuwd, zodat men de ruimte tijdig kan ontruimen. Met name bij het ontbreken van signalering ontstaan extra risico’s. Dit komt nogal eens voor bij onderhoud aan het systeem hetgeen dus vraagt om extra maatregelen in de procedure welke het buiten het gebruik nemen van het systeem regelt, maar ook in de noodprocedure voor de medewerkers dient hiermee rekening gehouden te worden.

De laatste jaren wint de toepassing van CO2 installaties aan populariteit. De reactietijd van de organisatie dient daarbij optimaal afgestemd te zijn op de reactietijd van de installatie. Na de ingestelde vertragingstijd wordt de blusinstallatie geactiveerd. De duur van de vertragingstijd bedraagt bij blusgas veelal 30 seconden maar kan afhankelijk van de verwachte ontruimingstijd en klasse indeling van het blussysteem langer ingesteld worden tot maximaal 60 seconden (conform EN12094-1). Omdat goede en tijdige alarmering zo belangrijk is, moeten de alarmsignalen om te beginnen goed hoorbaar en/of zichtbaar zijn in de gehele ruimte en bij de toegangen tot de door een blusinstallatie beveiligde ruimte. Daarnaast is het essentieel dat iedereen binnen het magazijn en de hulpverlening van de organisatie bekend is met de verschillende soorten signalen. Vervolgens dient iedereen (bezoekers, contractors, eigen personeel en uitzendkrachten) te weten welke kant ze op moeten vluchten. Ook anderstaligen en toeleveranciers moeten hier dus mee bekend zijn en niet alleen op papier eens voorbij hebben zien komen. Dit patroon van alarm en vluchten moeten er ingebakken zitten en aantoonbaar geoefend te zijn. Maak een verslag en zorg dat iedereen die aan de training heeft meegedaan tekent voor aanwezigheid. Regelmatig oefenen en timen is dus voorwaardelijk voor het volautomatisch toepassen van een blussysteem. Wanneer de veiligheid van personen niet gegarandeerd kan worden dient er voor een ander soort blussysteem gekozen worden. Denk niet dat het afgaan van een blussysteem niet zomaar voor kan komen. De praktijk leert dat systemen nogal eens in werking treden. Het is raadzaam meerdere maatregelen te nemen om de veiligheid te garanderen. Zo zijn er naast het intensief oefenen, meer organisatorische ‘lines of defense’ zoals het auditen op het vrij houden van nooduitgangen, zodat het vluchten niet belemmerd wordt, het voorkomen dat ongetrainde mensen zich in de ruimte zouden kunnen bevinden, maar zijn er naast het vergroten van de vertragingstijd, ook meerdere technische maatregelen zoals het aanbrengen van vluchtmaskers op het intern materieel.

Ook over hoe er gehandeld moeten worden nadat het systeem is afgegaan en de hal vol met blusmiddel staat dient vooraf nagedacht te worden. Zo mag de ruimte na het in werking treden van een CO2 blusinstallatie niet zonder toepassing van omgevingslucht onafhankelijke adembescherming worden betreden. Ook dit dient dus procedureel geregeld en geoefend te zijn. Heb je behoefte aan nadere ondersteuning bij het invoeren van beleid en procedures op dit gebied mail dan met info@vncw-consultants.nl of raadpleeg één van de adviseurs onder de rubriek Toeleveranciers op onze site.

Chemische keten heeft behoefte aan nauwere samenwerking

‘Er is binnen de chemische keten behoefte aan meer samenwerking tussen bedrijfsleven en overheid en bedrijven onderling’. De branchevereniging voor de chemische logistiek VNCW doet een noodoproep op tot meer samenwerking nadat wederom een miljardeninvestering in de Chemische industrie naar Antwerpen gaat.

‘Terwijl we het in Nederland vooral hebben over duurzaamheid, transparantie en veiligheid worden de investeringen net over de grens gedaan’ aldus Luciën Govaert, Voorzitter van de VNCW.  ‘het is heel goed om het over deze thema’s te hebben, maar wanneer de bedrijvigheid zich vervolgens over de grens vestigt dan gaat er toch  iets grondig mis’.

Vorige week besloot opnieuw een chemisch bedrijf, INEOS, voor Antwerpen te gaan. Een mega-investering van 3 miljard euro, goed voor 400 directe banen en meer dan 2000 indirecte banen. De investering is de grootste in de Europese chemie-industrie in 20 jaar en is de zoveelste in korte tijd in de Vlaamse haven. Naast werkgelegenheid zorgt de industrie voor grondstoffen voor producten die hun weg vervolgens naar andere sectoren vinden. Dit soort grote  bedrijven trekken weer andere bedrijven aan die bijvoorbeeld in de handel zitten, logistiek of andere verwerkende industrie.

Oproep concurrentiepositie Nederlandse chemische keten te versterken.

De voorzitter: ‘ Er is behoefte aan meer samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven en bedrijven onderling. Te vaak constateer ik dat partijen tegen over elkaar staan. Dat is een vreemde benadering van het bedrijfsleven. Als ik veiligheid als voorbeeld neem dan constateer ik dat bijna iedereen wil, net zoals de toezichthouders, dat het veilig is bij het bedrijf. De belangen van de verschillende partijen wijken vaak niet ver van elkaar af. De overheid komt bij veel bedrijven op visite en ziet veel. Door bedrijven te wijzen op goede praktijken is er al veel gewonnen’. De branchevereniging zal in 2019 zich er in ieder geval voor gaan inzetten om de bedrijven binnen de keten nader tot elkaar te brengen en de onderlinge band te verstevigen. Maar daarnaast doet zij een concrete oproep aan de overheid zich eveneens sterk te maken om de concurrentiepositie van de Nederlandse chemische keten te verbeteren.

Wildeman groeit fors door overname Koopman Warehousing

Wildeman Storage & Logistics uit Delfzijl neemt per 1 januari Koopman Warehousing BV over. Met de overname van het in Hoogezand gevestigde bedrijf zijn enkele miljoenen gemoeid.

De overname geeft Wildeman beduidend meer mogelijkheden. De opslagruimte voor pallets neemt toe van 2.500 naar 25.000. Tien medewerkers komen bij Wildeman in dienst en naar verwachting worden drie nieuwe arbeidsplaatsen gerealiseerd. Koopman Warehousing BV maakt deel uit van de Koopman Logistics Group uit Leek.

Gevaarlijke stoffen

Wildeman is eind 2015 begonnen op het Chemiepark in Delfzijl en verzorgt de opslag, overslag, herverpakking en logistiek van gevaarlijke stoffen. Deze voorziening bestond nog niet en het voorzag al snel in een behoefte. Door de groei werd onder andere al samengewerkt met Koopman.

Minder kosten

Los van het feit dat het economisch goed gaat is kostenreductie een belangrijke groeifactor. Het dicht bij kunnen opslaan van gevaarlijke stoffen betekent voor de bedrijven op het Chemiepark een kostenbesparing, omdat containers voor opslag niet meer naar Veendam, Westerbroek of zelfs Coevorden gebracht hoeven worden. (bron: rtvnoord)

Leerzame Meetup bij Gondrand Traffic

Op 7 December vond bij de nieuwe locatie van Gondrand Traffic in Klundert de tweede Safetymeeting / cursus plaats met als thema ‘Bouwen aan brandveilig logistiek’met als subtitel ‘brandveilige PGS15 opslagen’.  De door de branchevereniging VNCW georganiseerde cursus werd een leerzame ervaring waar de deelnemers en de organisatie met tevredenheid op terug kijken.


Het programma dat in de ontwikkeling mede gefinancierd werd door de overheid gaf een mooi overzicht van alle aspecten die bij het bouwen van logistieke ruimten van belang zijn. Directeur en voorzitter van de VNCW verzorgde de aftrap met een inleiding met de beginselen van het Bouwbesluit en een kijk op het overnemen van bestaande locaties. Paul Küppers volgde met de wet- en regelgeving rondom het bouwproces en vergunningverlening. Raymond van Delden presenteerde de uitdagingen rondom het bouwen van nieuwe magazijnen. Pieter Bikker ging in zijn lezing in op de verschillende blusinstallaties met specifieke aandacht voor de verschillen tussen inerte gasblussing en CO2 gasblussing. Machiel Faeseler sloot af met een lezing over de uitgangspunten voor kleine opslagkasten en kluizen. Een vol programma, maar ook vooral een goed totaaloverzicht. De Meetup werd bovendien goed bezocht door een mooie mix van opslaghouders en toeleveranciers.

Doordat de meeting georganiseerd werd op de nieuwe locatie van Gondrand kon na afloop van de lezingen de theorie gelijk in de praktijk bekeken worden. Doordat het bedrijf daarbij niet alleen de laatste stand der techniek toegepast heeft, maar ook nog veel extra technieken toegepast heeft waren er veel nieuwste snufjes te bewonderen.

Het programma wordt op dit moment omgezet in een E-learning cursus, zodat de kennis ook op de lange termijn beschikbaar blijft en regelmatig geupdate wordt. Deze nieuwe cursus binnen het aanbod van VNCW College begin februari 2019 beschikbaar zijn.

De ideale mix van theorie en praktijk stimuleert de VNCW in ieder geval om ook in het nieuwe jaar meer meetings op locatie te gaan verzorgen. Ook daarin zal de samenwerking met bedrijven en de overheid opgezocht worden.

 

Succesvolle afsluiting BBS Warehousing traject bij Farmusol

Nadat er in 2017 onder leiding van de VNCW en een aantal leden een Best practice ‘Behavior based Safety Warehousing’ werd opgesteld volgde in 2018 de praktijktest bij Farmusol (Immori). Een bedrijf dat bezig houdt met de opslag van gevaarlijke stoffen en waarbij ‘veiligheid’ een belangrijke rol in de dagelijkse praktijk is. Vlak voor de kerst volgde de afsluiting van het project en evaluatie.

Verschillende middelen werden in het traject ingezet om de veiligheid op de werkvloer te vergroten. Na de beginpresentatie, waarbij onder meer het belang van het bestuderen en bijsturen van gedragingen behandeld werden en ook ondersteunende tools opgestart werden, ging het project van start.

Uit de afgenomen interviews en evaluatie blijkt dat er in de communicatie tussen leidinggevende en medewerkers uitdagingen liggen, maar dat deze niet onoverkomelijk zijn. Je zelf aan afspraken houden en niet terugvallen in oude gewoontes zijn belangrijke uitgangspunten. Maar ook het elkaar aanspreken op gedragingen is belangrijk en tegelijkertijd lastig. Door iemand uit de groep te halen en één op één het gesprek aan te gaan kunnen oncomfortabele gesprekken aangegaan worden.

Eén van de ondersteunende tools in het traject was het opstarten van toolboxmeetings. Doel was het gesprek met elkaar te bevorderen. Wekelijks korte gesprekken van hooguit een kwartier met ‘veiligheid op de werkvloer’ als hoofdonderwerp. De toolboxmeetings werden zeer gewaardeerd. ‘Het is juist heel fijn om het gesprek aan te gaan’ werd er in de evaluatie aangegeven door één van de leidinggevenden. Aangegeven wordt dat het zeker gedurende de eerste meetings lastig was om het bij 10 minuten te houden. Zo werd aangegeven dat de eerste meeting wel een uur duurde. Als het ware zijn er veel onderwerpen ‘in te halen’. Geadviseerd wordt de tijdsoverschrijding in de eerste weken toe te laten, maar het over een paar weken te limiteren tot de 10 minuten. Dat kan door bijvoorbeeld een stopwatch of kookwekker bij het gesprek te houden. Dat zorgt er voor dat iedereen kan zien dat er echt een eind aan het gesprek komt en dat men geen zijwegen in het gesprek kan toestaan.

Ook werd het instellen van een What’s app groep ‘BBS Warehousing’ als tool zeer gewaardeerd. Deelnemers aan het project hadden zich aangesloten bij de groep en ontvingen gedurende de projectweken verschillende berichten met ‘veiligheid’ als thema. In de evaluatie werd gevraagd wat de frequentie, het ideale aantal berichten, zou moeten zijn. Het versturen van teveel berichten zorgt er vaak voor dat er niet meer gelezen wordt, hetgeen je merkt aan je eigen emailbox.

In de evaluatie werd de vraag gesteld hoe je een lastig onderwerp zoals ‘veiligheid’ levendig moet houden. Het is belangrijk dat de informatie die gedeeld wordt informatief is. De geplaatste berichten in de What’s app group in de afgelopen weken werden als positief ervaren. Zo werd informatie gedeeld over de plaats waar (Externe) chauffeurs tijdens het laden en lossen mogen staan en dat ze niet het magazijn in mogen lopen op eigen gelegenheid. Maar ook andere zaken zoals het melden van onveilige situaties, de snelheid waarmee er gereden wordt of het inplannen van een oefening met een gevaarlijke stof zijn onderwerpen die ter sprake kunnen komen. Het is vooral belangrijk dat de berichten afwisselend zijn. Zo werd er een filmpje van een instortende stelling gedeeld. Juist spraakmakende filmpjes afwisselen met informatie zorgt voor blijvende aandacht.

In de evaluatie werd aan de hand van een enquête vooraf en achteraf gemeten in hoeverre er sprake was van een wijziging. Aangegeven werd dat door het inzetten van het BBS Warehousing er meer aandacht voor veiligheid op de werkvloer gekomen was. Hetgeen met een 7,5 gemiddeld gewaardeerd werd. Met name het aanspreken van collega’s op onveilig gedrag kreeg met een 8,2 een goede waardering. Aan het begin van het traject werd dezelfde vraag gesteld hetgeen een 5,6 opleverde. Een flinke vooruitgang.

Het BBS Warehousing traject dat bij Farmusol (Immori)  ingezet werd is als zeer positief ervaren.  Het bedrijf wil de ingeslagen weg ook op de lange duur voortzetten. Met de toolboxmeetings wil men zeker door gaan. Ze werden als zeer positief ervaren.  En ook met het meten van de cultuur wil het bedrijf door gaan. Op welke wijze daaraan invulling gegeven zal worden wordt nog bekeken. Kortom; een mooi en succesvol traject waar met tevredenheid op terug gekeken wordt.

Broekman neemt opslagactiviteiten in de Benelux van VLS over

E-learning cursus Basiskennis gevaarlijke stoffen

Broekman Logistics, lid van de VNCW, heeft aangekondigd de afvul- en opslagactiviteiten van de VLS-Group in België en Nederland over te nemen. Met deze aankoop voegt het bedrijf nog zo’n 150.000 m2 opslagruimte aan de capaciteit toe en groeit de portfolio voor overdekte opslag met 40%, terwijl het medewerkersbestand met 230 nieuwe collega’s ook aanzienlijk groeit.

De VLS-Group is een toonaangevende Europese leverancier van geïntegreerde logistiek en toegevoegde waarde diensten voor de chemische industrie. Het is een dochter van de in Israël gevestigde Gadot Group, Israel’s leidende organisatie in chemische distributie. Alle VLS-warehousing faciliteiten in België en Nederland worden overgenomen door Broekman Logistics. De activiteiten in Duitsland en de tankopslag in Gent zijn geen onderdeel van de verkoop. De bedrijven hebben besloten geen financiële cijfers over de transactie bekend te maken.

“De afsplitsing van onze Belgische en Nederlandse warehousing faciliteiten door Broekman Logistics stelt ons in staat om te focussen op onze core business”, aldus Alain Poublon, CEO van de VLS-Group. “Op deze manier stellen we een duurzame toekomst voor onze medewerkers en klanten zeker“.

“We kijken er naar uit om een ​​onderdeel van Broekman Logistics te worden”, zegt Anton van Dongen, Director BeNe van de VLS-Group. “We zijn ervan overtuigd dat het motiverende aspect van deze overname ons zal helpen om de synergetische effecten te benutten en tegelijkertijd het rendement op onze activa te maximaliseren”.

Willem Jan van Amersfoort, Managing Director van de divisie Warehousing & Distribution van Broekman Logistics legt uit: “Er is een sterke strategische samenhang tussen de twee bedrijven, aangezien het klantenbestand, de warehousing locaties en het type VAL-activiteiten elkaar perfect aanvullen. Door de overname kunnen wij additionele diensten aanbieden, zoals afvullen, drummen en omzakken, waarvan onze partners zullen profiteren”. Anton van Dongen voegt hieraan toe: “Aan de andere kant zullen onze klanten de voordelen plukken van het wereldwijde netwerk van Broekman Logistics en van haar thought leadership op het gebied van supply chain oplossingen voor de chemische industrie. Als een gezamenlijk team zijn we er zeker van dat dit een overname is waarbij twee bedrijven elkaar voortdurend zullen blijven versterken, zowel nu als in de toekomst “.

De VLS-groep heeft vijf locaties in Antwerpen en één in Rotterdam-Pernis, welke onder de vlag van Broekman Logistics zullen opereren en geïntegreerd zullen worden in de divisie Warehousing & Distribution. Als gevolg van deze acquisitie exploiteert Broekman Logistics momenteel 445.000 m2 oppervlakte warehousing en biedt werk aan meer dan 1000 collega’s op 43 verschillende locaties wereldwijd.

Farmusol gaat voor veilige BBS warehousing

Logistiek dienstverlener Farmusol gaat samen met de branchevereniging VNCW een pilotproject starten  met als doel de veiligheid op de werkvloer te vergroten. In 2017 is er binnen de VNCW met een aantal leden hard gewerkt aan een Best practice Behavior Based Safety Warehousing. Doelstelling is de veiligheid in de gevaarlijke stoffen opslagen verder te vergroten. In het vierde kwartaal van 2018 zal binnen Farmsuol de best practice in de praktijk getest worden.

In deze best practice BBS Warehousing wordt een overzicht gegeven van gedragsinterventies die zich hebben bewezen in de praktijk. Daarbij zal men merken dat sommige interventies zich puur richten op directe gedragsbeïnvloeding. Maar veel interventies dragen tegelijkertijd ook bij aan het ontwikkelen van normen en waarden. Opgeteld leiden de interventies tot ontwikkeling en versterking van het veiligheid bewustzijn in brede zin binnen de magazijnen.

Als vereniging voor de chemische logistiek maakt de VNCW zich voortdurend hard veiligheid onder de aandacht te brengen; enerzijds door te laten zien dat een veilige opslag op de eerste plaats komt bij haar leden en anderzijds door de leden tools aan te reiken waarmee veilig werken binnen de opslagen verder kan toenemen.

De Best practice is gratis te downloaden via: https://vncw.nl/wp-content/uploads/2018/03/VNCW-Best-practice-Prestatatie-indicatoren.pdf

 

Chemiebeurs 2018: Kennis en nieuwe technieken in de chemische keten

 

Feest!

Woensdag 26 september 2018 vond – onder leiding van dagvoorzitter Lorraine Vesterink van De Unieke Ondernemer – de tiende editie van de Chemiebeurs plaats. ‘Een mijlpaal’, vertelt VNCW-bestuurslid Mieke van Ginkel. ‘De Chemiebeurs is uitgegroeid tot een succesvol event, misschien moeten we het volgend jaar maar in een kasteel vieren’. Of dat er van gaat komen is de vraag. Voor komend jaar zit VNCW in ieder geval vol plannen laat voorzitter Luciën Govaert weten. ‘Voor logistieke partijen in de chemische sector gaat het aantal verantwoordelijkheden de komende jaren flink toenemen, mede door veranderende wetgeving en innovaties. Aan ons als branchevereniging de schone taak om hier duidelijk over te communiceren en onze leden goed te vertegenwoordigen.’


De wereld innoveert: doet u mee?

Hans Groenhuijsen, innovator / strategisch adviseur

Wereldwijd vinden een aantal interessante verschuivingen plaats. Zo is de vraag naar goederen en diensten vanuit Azië de afgelopen jaren exponentieel gestegen. De vraag wordt ook complexer: we plaatsen steeds meer online bestellingen, die we binnen 24 uur of sneller geleverd willen krijgen. Dit raakt de hele markt, van de leverancier tot aan het chemisch bedrijf. Het vraagt om innovatie.

En gaat het om innovatie dan zie je dat bedrijven veelal naar hun eigen strategie en sector kijken, naar wat daar gebeurt. Dit is echter een valkuil. Wilt u écht innoveren, dan moet u juist ‘over de schutting’ kijken. Wat gebeurt er bijvoorbeeld in branches die uw business nu nog niet raken, maar mogelijk in de toekomst wel? Neem DHL als voorbeeld. Zij kijkt naar technologische trends in de breedste zin van het woord: robotisering, big data, 3D-technieken, biowetenschappen, augmented reality en internet of things. Maar ze kijkt ook naar sociale, economische en maatschappelijke trends wereldwijd. Zowel op de korte termijn (vijf jaar) als op de lange termijn.

En dan de vijf grootste techbedrijven in de wereld: Amazone, Apple, Facebook, Google en Microsoft. Ze worden de ‘frightful five’ genoemd omdat ze groot, sterk en ongrijpbaar zijn. Maar zet je deze angst opzij en kijk je naar wat deze innovatieve bedrijven gemeenschappelijk hebben, dan zie je dat ze continu communiceren met de consument, waarde creëren voor de consument en steeds nieuwe businessmodellen verzinnen. Bovendien weten ze precies wat de consument wil, niet alleen vandaag maar ook volgend jaar. Zeker dit laatste punt is interessant. Vraag je aan een bestaande klant wat hij overmorgen wil hebben, dan zal het antwoord in lijn liggen met hetgeen de klant al kent en snapt. Dat heeft ermee te maken dat ons brein moeilijk kan aangeven wat het volgend jaar wil hebben, als hij de termen nog niet kent. Tellen de wensen van uw klanten dan in zijn geheel niet mee bij het bepalen van de toekomst van uw bedrijf? Jawel, als uw plannen maar op meer gestoeld zijn dan dat.

Houd daarbij in het achterhoofd dat het overgrote deel van de innovaties op het eerste gezicht van geringe betekenis zijn. De kracht zit ‘m in het koppelen van meerdere innovaties. Dit betekent dat iedereen kan innoveren, ook uw bedrijf. Het is niet een kwestie van grote laboratoria en miljoenen aan investeringen. Het hoeft ook niet per se op technologisch vlak te liggen. Op sociaal terrein binnen de organisatie kunt u ook succesvol innoveren.

Hoe u actief aan de slag kunt met de toekomst van uw bedrijf? Stel zelf een ‘business model canvas’ op en vraag aan belangrijke klanten, leveranciers en stakeholders om dit ook voor u te doen. Op de punten die niet overeenkomen, liggen de uitdagingen: daar zijn innovaties nodig. En zet vervolgens die stip op de horizon, een datum wanneer de innovaties moeten zijn doorgevoerd. Dat wordt nog te vaak vergeten.


Robotisering bij Dow
Peter Voorhans, maintenance leader The DOW Chemical Company

De reden dat DOW robots inzet, heeft alles te maken met de strategie van het bedrijf. Veiligheid en efficiëntie staan bovenaan en robots kunnen hier veel aan bijdragen. Bij veiligheid gaat het erom dat DOW haar medewerkers niet meer wil blootstellen aan omgevingen waar de risico’s voor de eigen veiligheid en gezondheid te groot zijn. Dan heb je het met name over werken op hoogte, in tanks, in besloten ruimten en onder water. Dit werk wil DOW in de toekomst door robots laten uitvoeren. En door robots in te zetten, kun je processen efficiënter maken. Zo kan het dagen duren om een vat geschikt te maken voor opslag. Met robots hoopt DOW dit proces in de toekomst te versnellen.

Er zijn verschillende soorten robots die DOW wil gaan inzetten. Zeventig procent van de inspecties van DOW zijn visueel. Deze inspecties kan je redelijk gemakkelijk uit laten voeren door robots met een camera, wat al op grote schaal gebeurt. Dan heb je het monteren, demonteren en onderhouden, ofwel de MDO-techniek. De robots die DOW ontwikkelt zijn hier steeds meer toe in staat. Ook heb je de situatie dat iets is geconstateerd en je bijvoorbeeld moet reinigen: de eerste bewerkingen hiervan met een robot zijn al uitgevoerd. Als laatste is er een wens voor robots die daadwerkelijk reparaties kunnen uitvoeren. Hier valt nog een slag te slaan. Naast robots zet DOW mobile devices en sensoren in, om de veiligheid en efficiëntie te verbeteren. Zo moet iedere operator in de toekomst in staat zijn processen te sturen met de mobile devices die hij heeft en kwaliteitscontroles moeten voor een heel stuk zijn uitgefaseerd. Deze visie wordt top-down gedreven.

Benadrukt wordt dat robotisering niet alleen om techniek draait. Het gaat ook om het verzamelen van data. Op dit moment is DOW nog 50% van haar tijd hiermee bezig. Dit moet omlaag, zodat de medewerkers meer aan analyseren toekomen. Bovendien moet je ook niet alles in een systeem willen stoppen, dan schiet je je doel voorbij.

Voor de robotisering heeft DOW onder meer ‘robotics engineers’ ingehuurd. Er is een behoefte aan rollen die de organisatie niet eerder heeft gezien. De people sourcing modellen veranderen, met als gevolg dat goed in de gaten moet worden gehouden waar behoefte aan is en waar mensen vandaan worden gehaald. Helemaal zelf doet DOW de robotisering overigens niet. Om innovatie te stimuleren is ze de samenwerking aangegaan met elf grote asset owners, een kleine vijftig partners vanuit de maintenance hoek en zo’n tien kennisinstituten (adviesbureaus en universiteiten).

Ter afsluiting: gaat het om robotisering in de keten van chemie-logistiek, dan zijn er nog flinke uitdagingen. Met name op het gebied van explosieveiligheid. Zo moet bijvoorbeeld voorkomen worden dat een robot explosieversterkend werkt.


Samen op weg naar een schone, gezonde en veilige leefomgeving

Charles Tangerman, senior beleidsmedewerker bij Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft veiligheid hoog in het vaandel staan. Zij ziet veiligheid als onderdeel van het milieu. Gezond, veilig en schoon wordt in één adem genoemd. Als er iets ontploft, dan veroorzaakt dat immers niet alleen drukgolf waar je dood aan kunt gaan. Er vindt ook een emissie van stoffen plaats die slecht kunnen zijn voor het milieu en dat wil je niet.

De aanpak van milieurisico’s verloopt via drie sporen. Allereerst door het voorkomen van risico’s die gepaard gaan met materialen, processen en producten. Als succesvol voorbeeld wordt genoemd het stoppen van de chloortreinen. Akzo Nobel transporteerde chloor van Delfzijl naar Rotterdam, waar de afnemers zaten. Na veel overleg is de productie verplaatst naar Rotterdam, waardoor het transport van het chloor niet meer nodig was en risico’s werden voorkomen.

De tweede manier waarop IenW milieurisico’s aanpakt, is via toezicht en handhaving. De focus ligt op dit moment bij ‘net niet’ BRZO-plichtige bedrijven en achterliggende BRZO-plichtige bedrijven. Voor BRZO-plichtige bedrijven gelden veel extra eisen op het gebied van veiligheidsbeheersing. Wat let de ‘net niet’ BRZO-plichtige bedrijven om ook een veiligheidsbeheerssysteem te gebruiken? Speciaal voor hen heeft IenW een eenvoudige tool opgesteld, waarmee een bedrijf in een middag kan zien hoe het met de veiligheid is gesteld. En valt er iets te verbeteren, dan kunnen deze bedrijven per 1 januari 2019 waarschijnlijk aanspraak maken op subsidie.

Als laatste wil IenW de samenleving betrekken bij het aanpakken van milieurisico’s. Via safetydeals en de belevingsthermometer bijvoorbeeld. De ambitie is om een leefomgeving te creëren die veilig is én als zodanig wordt ervaren door de samenleving.

Tot slot wordt stil gestaan bij het programma duurzame veiligheid 2030. In het najaar van 2016 hebben vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de overheid en de wetenschap afgesproken structureel te gaan samenwerken om de veiligheid in de (petro)chemische sector te verbeteren. Om dit te bereiken worden via vijf roadmaps concrete activiteiten, pilots en onderzoeken uitgewerkt. De roadmaps zijn duurzaam assetmanagement, integrale uitvoering van beleid, transparante en beveiligde chemiesector, ruimte voor (petro)chemieclusters en hoogwaardig kennissysteem voor de chemie. Volgens IenW is een ding zeker als het om veiligheid gaat: we moeten het samen doen!


Human factor

Joey Nijsten, namens ANSUL Solutions

Menselijke factoren beïnvloeden ons handelen, denken en doen. Joey Nijsten durft te beweren dat zo’n zeventig procent van alle ongelukken te wijten is aan menselijk handelen. Vermoeidheid, werkdruk, onvolledige informatie betreffende de werkzaamheden, gebrekkige onderlinge communicatie (denk aan taalbarrières), falende / gebrekkige beslissingen en macho gedrag (‘wat kan mij gebeuren, ik doe dit al jaren’) zijn hier debet aan.

Van belang is scherp te zijn op zogenaamde gevaarlijke gedragingen, ofwel gedragingen die zouden kunnen leiden tot ongelukken. Denk dan aan anti autoritair, impulsief, onkwetsbaar, berustend, gehaast, gestrest, vermoeid, afgeleid en te gefixeerd gedrag. Wat je vaak ziet is dat als mensen hierop worden aangesproken, de reactie iets is in de trant van: ‘Ga jij mij nou vertellen…’. Om dat te voorkomen doet u er als bedrijf goed aan een rode vlag te introduceren wanneer er een sein komt of meerdere signalen zijn, dat een incident of ongeval kan gebeuren. Maak er beleid van dat wanneer de rode vlag (letterlijk) verschijnt, het gesprek moet worden aangegaan. Ben hier ook consequent in: zie het, zeg het en los het op.

Verder bestaat het gevaar dat je gewend raakt aan een risico. Je ziet een risico door de vingers en de keer erop weer. Je raakt eraan gewend en ziet de keer daarop nog meer risico’s door de vingers etc. Coach je medewerkers hierin.


Juridische vraagstukken: rechten en plichten, wanneer is het goed genoeg?

Esther Broeren, advocaat en partner Element Advocaten

Soms kun je het als bedrijf beter doen, soms moet je het als bedrijf beter doen. Esther Broeren merkt in haar praktijk dat dit steeds dichter bij elkaar komt te liggen: als het beter kan, dan moet je het ook beter doen. In lijn hiermee bespreekt ze twee publicaties van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.