VNCW: De oprichters van 10 jaar geleden

Op 11 September 2008 werd in Arnhem de Vereniging Nederlandse Chemische Warehousingbedrijven (VNCW) opgericht, de uiteindelijke branchevereniging voor chemische logistiek. De vereniging werd opgericht door Thijs Rutten, Floris Rhemrev en Luciën Govaert. Hieronder volgt een interview met de oprichters: (bijna) 10 jaar later.

Thijs Rutten

‘Op 1 februari 2007 werd ik algemeen directeur van Te Winkel & Oomes BV, een van de grotere spelers in Nederland op het gebied van opslag en distributie van verpakte gevaarlijke stoffen. Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen bleek een heel specifiek vakgebied, een niche waarin de aanbieders weliswaar met dezelfde uitdagingen te maken hadden, echter deze specialisten hadden hun krachten/kennis/stem nog niet gebundeld in een eigen vereniging, dit in tegenstelling trouwens tot de producenten (VNCI) en de handelaren (VHCP) van chemische producten. Een aantal van deze opslagbedrijven was weliswaar ook lid van de VHCP, echter het was duidelijk dat de meerderheid van de leden, de handelaren dus, met totaal andere uitdagingen zaten dan de opslagbedrijven. Om “ons soort bedrijven” toch dat podium en aandacht voor ‘onze uitdagingen” te geven heb ik besloten om, tezamen met Lucien Govaert en Floris Rhemrev (van Farmusol) de VNCW op te richten.’

Meteen na de oprichting heb ik tegen Lucien Govaert, die toentertijd als SHQE-manager ook bij Te Winkel & Oomes werkzaam was gezegd, dat ik mij maximaal wilde inzetten voor de VNCW, echter dat ik dat, in tegenstelling tot Lucien op de achtergrond zou gaan doen, dus niet in een bestuursfunctie. De reden hiervoor was dat 2 van de 3 oprichters bij hetzelfde bedrijf werkte. De VNCW hadden we opgericht voor alle bedrijven, die zelf gevaarlijke stoffen opsloegen en ik wilde kost wat kost voorkomen dat, ten onrechte, de indruk zou ontstaan dat de VNCW was opgericht als slechts een vehikel voor Te Winkel & Oomes en Farmusol. Te Winkel & Oomes (inmiddels omgedoopt tot TWO Chemical Logistics) was t/m medio 2013 onderdeel van de Emons Group. Binnen de directie van Emons was intussen het besluit genomen dat TWO, vanwege strategische redenen, verkocht zou worden (Emons was immers meer een transportbedrijf dan een opslagbedrijf). Deze verkoop aan Broekman vond uiteindelijk in juli 2013 plaats. Zelf ben ik toen bij Emons gebleven en werd ik de CEO van het resterende deel van de groep.

Ik kijk nog altijd met heel veel plezier terug naar de 6,5jaar die ik als eindverantwoordelijke van TWO heb mogen opereren. Met name naar alle heisa, die in 2011 na de ramp bij Chemiepack ontstond. Opeens werden velen van ons soort bedrijven beschuldigd van allerlei overtredingen, ook wijzelf. En velen van die beschuldigingen waren nergens op gebaseerd, sterker nog: volstrekt onjuist. Het Bevoegd Gezag, de omwonenden, milieu verenigingen en last-but-surely-not-least de pers succesvol overtuigen van onze goede bedoelingen en het feit dat je als expert weet wat je doet en dat veiligheid te allen tijde voorop staat heb ik zelf ervaren als een van de mooiste periodes uit mijn ruim 30 jaar werkervaring. De VNCW speelde in die periode als spreekbuis van de opslagbedrijven een cruciale rol.

Zoals aangegeven ben ik in 2013 na de verkoop van TWO aan Broekman als enige werknemer niet mee overgegaan, maar bij Emons gebleven. Ik werd daar de CEO van de resterende 4 divisies. Helaas was er een verschil van inzicht met de eigenaar over het te voeren beleid en zijn wij uiteindelijk toch uit elkaar gegaan. Na een korte interim opdracht, ben ik nu werkzaam als verantwoordelijk directeur Benelux bij een logistieke dienstverlener, die weliswaar veel verpakte gevaarlijke stoffen vervoert, maar (helaas) nauwelijks opslaat. Linkedin

Luciën Govaert

‘Als SHQE manager bij het voormalig Te Winkel & Oomes (TWO) werd ik dagelijks geconfronteerd met de problemen waar de chemie logistiek mee te maken had. Zeker in die jaren waren er maar weinig adviesbureaus met verstand van zaken en werden we niet echt vertegenwoordigd door een branchevereniging. Wet – en regelgeving en zeker normen wijzigden regelmatig en we werden hiermee bezig gehouden, zonder dat er direct een antwoord beschikbaar was. Veel bedrijven in de branche waren zo ieder voor zich op zoek naar antwoorden. Dat leidde er uiteindelijk toe dat Thijs, Floris en ikzelf het idee opvatte een vereniging voor chemische opslag op te richten. En vanaf de oprichting was het een doorslaand succes. Met de oprichting van de vereniging werd ik aangewezen als Voorzitter en dat ben ik nu dus zo’n 10 jaar. Een functie die van tijd tot tijd veel gevraagd heeft, maar door de vele successen mij ook veel gebracht heeft.

Gevaarlijke stoffen spelen al vele jaren een rol in mijn leven. Naast mijn functie bij Te Winkel & Oomes had ik al een bedrijf opgericht met de naam SafetyNet Nederland. Dit bedrijf richtte en richt zich met name op WABO milieuvergunningen, ADR veiligheidsadvies en PS15 opslag. Met de groei van dit bedrijf en de groei van de vereniging heb ik de dan nog part time functie van TWO uiteindelijk opgezegd. Later kwam daar nog de adviesdiensten vanuit het praktijkbureau van VNCW Consultants bij. ‘

De kennis uit zijn adviezen en audits weet hij nu in te zetten voor zijn functie van Voorzitter en directeur van de vereniging. Tevens is hij (bestuurs)lid van diverse commissies en stichtingen. Zo schreef hij mee aan de PGS15, PGS14 en PGS6 en is hij bestuurslid van Stichting Veiligheid voorop. De functie van belangenbehartiger en die van adviseur weet hij strikt te scheiden. Echter staat de veiligheid in de keten bij hem altijd voorop en dat is ook de boodschap die hij voortdurend uitdraagt.  Linkedin

Floris Rhemrev

De aanleiding om de vereniging op te richten was het feit dat de bestaande branche vertegenwoordigers niet bij onze business paste. De vertegenwoordigers van de chemische industrie zijn vooral georiënteerd op de  procesindustrie en grote chemische bedrijven en de logistieke branche is te algemeen georiënteerd en mist de specifieke kennis ten aanzien van de opslag en handling van gevaarlijke stoffen. Door het opzetten van een specifieke vereniging worden onze belangen veel beter behartigd.

Ik ben de eerste drie jaar betrokken geweest in het bestuur van de VNCW. De branche was in die tijd bezig om een enorme inhaalslag te maken ten opzichte van de chemische industrie, steeds meer informeel ingerichte bedrijven zijn formeler geworden. Deze ontwikkeling was bij de bedrijven en de overheidsdiensten te zien, deze professionalisering wordt steeds verder doorgetrokken

Als het gaat om veranderingen met betrekking tot het onderwerp gevaarlijke stoffen en veiligheid dan zie ik dat de aandacht ervoor sterk is toegenomen. De kennis van alle betrokken partijen de keten als geheel is sterk verbeterd door bundeling van kennis en expertise. Steeds meer opdrachtgevers nemen ook de verantwoordelijkheid en kiezen er voor om samen te werken met de specialisten voor opslag en transport van gevaarlijke stoffen. Doordat deze kennis verder toeneemt zullen meer en meer taken van de klanten kunnen worden overgenomen door de specialisten en neemt de toegevoegde waarde en veiligheid sterk toe hetgeen de continuïteit garandeert en de enorme investeringen kan rechtvaardigen.

De vereniging moet de ingezette koers voortzetten, het delen van kennis, het vertegenwoordigen van de branche naar overheidsdiensten en het creëren van een netwerk van specialisten. Samen sta je sterk en is niet iedereen zelf het wiel aan het uitvinden. Ultieme doel zou wat mij betreft zijn om een standaard veiligheidsbeheerssysteem te ontwikkelen waar de gehele branche mee zou kunnen werken afgestemd op de behoefte van bevoegd gezag en de bedrijven. Hierdoor zijn trends en ontwikkelingen op veiligheidsgebied over de gehele branche beter te monitoren en maatregelen effectiever in te zetten omdat bedrijven met elkaar vergeleken kunnen worden.  Linkedin

Ook geinteresseerd in de activiteiten van de vereniging? wordt lid of kom naar de ketendag van de chemie: Chemiebeurs.

Artikel vertaald uit het Engels / VNCW glossy

Leden VNCW delen en leren van elkaar tijdens Safety Meeting

E-learning Cursus Gevaarlijke stoffen in opslag (PGS15)

Op 14 Maart vond de eerste Safety meeting voor VNCW leden plaats. Doelstelling was om over onderwerpen met elkaar van gedachte te wisselen om zo van elkaar te leren. De deelnemers hadden vooraf verschillende onderwerpen ingebracht die één voor één ter sprake kwamen. Door de opzet van de meeting met alleen leden voelden de deelnemers zich op hun gemak en vrij om zaken te bespreken.

Tijdens de Safety Meeting werden de volgende vragen/opmerkingen besproken:

  • (landelijke) uniforme beoordeling en aantoonbaarheid gelijkwaardigheid binnen de PGS15
  • Hoe beoordelen de BRZO bedrijven of hun huisvesting aan de PGS15 voldoet?
  • Sprinklerinstallatie i.r.t. IBC’s
  • Installatiescenario’s, wijze van beoordeling risico’s, LOD, ervaringen met inspecties van verschillende veiligheidsregios
  • Brandwerendheid, Bouwbesluit versus PGS15, wind en sneeuwlasten (statische berekeningen)
  • toegangscontrole
  • Eisen aan checken watertank welke binnen opgeslagen staat? Hoe om te gaan met buitenlandse medewerkers? Hoe om te gaan met brandbare vloeistoffen van de categorie IIIA en IIIB?
  • opslag CMR stoffen
  • Aging met relatie tot PGS 15 opslagen

Uit de rondgang bleek dat men de bijeenkomst als prettig had ervaren en het belang van kennisdelen werd onderstreept.  Tevens werd geconcludeerd dat de Safety Meeting voor herhaling vatbaar is. Het voorstel is om de Safety Meeting jaarlijks in het voorjaar te houden en mogelijk zelfs ook in andere regio’s.

Bon: M.P.C. van Ginkel-van Maren / Organisatiecoach

Leerzame Chemiebeurs over prestaties en indicatoren.

Maar liefst 175 deelnemers kende de zevende editie van de Chemiebeurs in het Van der Valkhotel in Dordrecht op 30 september 2015. De dag stond in het teken van het thema ‘Prestaties en indicatoren in de chemische sector’ en had een feestelijk tintje, want op deze dag werd de overeenkomst tussen het VNCW en Veiligheid Voorop ondertekend. “Een belangrijk moment”, zo benadrukte VNCW-voorzitter Lucien Govaert, “het tekenen van deze overeenkomst is een impuls om als ketenpartner onze leden te stimuleren veiligheid te meten. Het meten van prestaties wordt steeds belangrijker, je moet kunnen aantonen dat een beschermingsmaatregel tot een risicoreductie leidt.” Hoe je dat doet, kwam in de diverse presentaties uitgebreid aan bod.

Genserik Reniers (hoogleraar aan TU Delft, Universiteit van Antwerpen en KU Leuven) beet het spits af met zijn presentatie over het omgaan met risico’s en onzekerheid. Wat is nu specifiek het risico in de chemische industrie? Reniers: “Specifiek voor deze industrie is, dat er sprake is van ‘High Impact Low Probability’: de kans dat een ongeval of incident zich voordoet is zeldzaam, maar de gevolgen zijn groot. Doordat incidenten zeldzaam zijn, is er echter vaak sprake van zelfgenoegzaamheid vanuit de gedachte ‘Het is al jaren niet gebeurd, dus het zal nu ook niet gebeuren’, maar kansen en gevolgen zijn moeilijk te schatten, kijk maar naar de ongevallen in Seveso, Bhopal, Chernobyl of Fukushima. Er zijn grote investeringen vereist die hopelijk nooit hoeven te werken. Dat die toch nodig zijn, heeft te maken met je ‘license to operate’.”

De volgende spreker Willem Scheepers wist naadloos aan te sluiten op de eerste presentatie. Scheepers: “Reniers noemde commitment en communicatie. Dat zijn de soft skills, waarin Investors in People valt. Daarbij onderscheiden we 39 indicatoren die ingaan op vragen als ‘Ken je de strategie van de organisatie?’ en ‘Wat betekent die strategie voor de man op de werkvloer?’ Daar komt het thema veiligheid om de hoek kijken.”

Naast deze sprekers volgden nog diverse anderen zoals Jakko van Kampen, Danny Croese en Jan de Bruin. Een volledig verslag is terug te lezen voor de deelnemers en op de ledensite.

 

Conferentie – Prestaties en indicatoren in de chemische keten op 30 September 2015.

Op 30 September 2015 vindt in Dordrecht het jaarlijkse congres van de VNCW plaats en dit jaar wordt het een absolute must om te komen.

De conferentie van dit jaar heeft als titel Prestaties en indicatoren in de chemische keten en wordt een bijzondere gebeurtenis waarbij het verhogen van prestaties en samenwerken in de keten om de veiligheid te vergroten centraal staan.

Zo zijn er lezingen van Prof. Dr. Ir. Genserik Reniers (TUDelft / Master of Science degree in Chemical Engineering at the Vrije Universiteit Brussel in Brussels, Drs. Jakko van Kampen (TNO) en Martin Schellingerhout en Danny Croese van de DCMR. Daarnaast vindt een speciale gebeurtenis plaats. Tijdens de conferentie kan u daarnaast kiezen uit verschillende workshops. Bovendien wordt twee projecten van de VNCW waaronder Veiligheid voorop en PGS15 check (ga na of u aan de PGS15:2015 voldoet!) tijdens de conferentie gelanceerd en landelijk uitgerold.

Kortom een zeer vol programma maar met voldoende ruimte voor discussie en overleg en bovendien een goede lunch.

 

Opgeven kan via http://www.chemiebeurs.nl/

Nederlandse basiseconomie vraagt om politieke daadkracht.

‘De industrie vormt de motor van de economie en die motor beweegt maar langzaam. In het beleidsplan voor 2015 verwoord bestuursvoorzitter Luciën Govaert van de VNCW, de vereniging voor chemische opslagen de onvrede met de huidige bedrijvigheid ‘Het is hoog tijd voor een integrale aanpak, waarbij de chemische sector, dienstverleners en politiek nauw met elkaar gaan samenwerken. Er zijn positieve ontwikkelingen te bespeuren, maar de werklust is er uit en die moet er weer komen.’

‘Chemiepack en Odfjell hebben een flinke impact gehad op de chemische sector. Vanuit de maatschappij en vanuit de politiek heeft de verontwaardiging een lange nasleep gehad en dat is niet bevorderlijk geweest voor hoe er naar ‘chemie’ gekeken wordt. Gelukkig zijn er geen slachtoffers gevallen. Veiligheid moet nu en de toekomst hoog op de agenda staan en dat staat het. Foutmarges moeten in risicovolle sectoren zo klein mogelijk gehouden worden, maar we mogen niet vergeten dat er overal fouten gemaakt kunnen worden. Als VNCW zijn we bezig een plan op te stellen waarbij we de veiligheid binnen de opslagbedrijven verder kunnen vergroten.’

‘Dienstverlenende sectoren zijn afhankelijk van de industrie als opdrachtgever. Wanneer de industrie uit een stad is vertrokken, dan blijven de banken, accountants, notarissen en de bouwmarkten nog wel een tijdje op de reserves doordraaien, maar feitelijk zijn de moneymakers vertrokken’; aldus de voorzitter. ‘En dat is al een aantal jaren op een landelijk niveau aan de hand. De ideale balans tussen industrie en toeleveranciers is weg. De chemie is er uit. Neem een stad als Deventer waar nadat Akzo Chemicals daar zijn vestiging gaat sluiten ook chemiebedrijf Avantor, voorheen Baker Chemicals, weg gaat. Bedrijven in de chemielogistiek zien dat hun klanten de productie naar Antwerpen verplaatsen, en olieconcern BP zijn opslagterminal in Pernis te koop heeft gezet. Er gaan nu plannen op om de Nieuwe Waterweg uit te diepen, zodat megatankers ook kunnen lossen, terwijl Antwerpen dat allang gedaan heeft. Dat moet een signaal zijn dat je een paar jaar achter loopt op je concurrenten. Afgelopen jaar gaf het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen dat de Amerikaanse oliegigant ExxonMobil meer dan 1 miljard dollar gaat investeren en Total aangaf eerder al aan 1 miljard euro vrij te maken om zijn raffinage- en chemieplatform in Antwerpen te moderniseren. En recentelijk gaf de haven aan binnenkort weer een dergelijke investering te verwachten. Dat geeft aan dat er een actief beleid wordt gevoerd waarbij haven, politiek en industrie weten waar het om gaat: de weg vrij maken voor een actieve industrie, zodat ook de dienstverlenende economie kan floreren. ‘

‘De innovatieagenda’s van de topsectoren zijn een goed initiatief, maar er is vooral een behoefte aan een integrale aanpak en sturing: actief nadenken over de knelpunten in je infrastructuur en actief clusteren en samenbrengen van je basisindustrie en maakindustrie. Nadenken over vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Schrappen van overbodige en verstikkende regelgeving. Nadenken over technologische vernieuwing. Er zijn sectoren waar ondernemers zijn die weten dat de digitalisering van de industrie de kracht van de toekomst betekent. De Factory of the Future in Nijverdal van TenCate, Lely met zijn melkrobots en MOBA, wereldmarktleider op het gebied van robots en machines voor de verwerking van eieren en VDL zijn krachtige voorbeelden hoe het moet. Ook binnen de chemische industrie zijn er veel innovatieve projecten, de vergroening van de chemie, die in de toekomst haar vruchten zullen afwerpen. Op die prachtige voorbeelden alleen kunnen we geen economie draaiende houden. Het wordt tijd voor daadkracht; een integrale aanpak waarbij de politiek haar wil moet tonen.’

En laat ik tot slot ook niet het onderwijs vergeten, aangezien dat bij die integrale aanpak hoort: vernieuwing van het onderwijs. In Zweden leren kinderen op de basisschool al programmeren, in Engeland wordt het vanaf volgend jaar zelfs verplicht en Roemeense kinderen van 15 jaar besteden per week het meeste tijd aan huiswerk van alle Europeanen: vooral aan het vak Science. Wanneer leerlingen in Nederland op de middelbare school geadviseerd wordt, dat ze beter economie kunnen gaan studeren, maar de feitelijke reden is dat er een tekort aan leraren in exacte vakken is dan investeer je niet in de toekomst, maar in werkloosheid. Ik zie inmiddels mooie voorbeelden van scholen die aan het experimenteren zijn met nieuw onderwijs. Daar moet een versnelling in komen. Naast de basisopleiding moet er weer meer werk gemaakt worden van omscholing en van het creëren van arbeidsethos. De banenmotor functioneert niet, maar kan door actieve sturing weer op gang komen.

‘Als opslagbedrijven van (chemische) maken we onderdeel uit van de chemische keten en zijn daarmee deels afhankelijk van een goed functionerende industrie en maatschappij. We hopen dan ook, dat ons pleidooi voor een integrale aanpak tot politieke daadkracht aanzet en de handschoen in 2015 opgepakt gaat worden.’

De Vereniging Nederlandse Chemische Warehousingbedrijven bruist van de energie.

De Vereniging Nederlandse heeft haar plannen voor 2013 gereed en het betreft een ambitieus programma waarbij de energie er van af spat. De vereniging gaat haar communicatie een flinke impuls geven met het opnieuw vorm geven van haar website, het samenstellen van een kennisbank; welke samen het platform van de chemische logistiek moeten gaan worden. Daarnaast gaat de vereniging diverse projecten opstarten zowel nationaal als internationaal. Het vormen van regionale kenniskringen, het presenteren van de Nederlandse Chemielogistiek in het buitenland horen daar bij. De positieve energie gaat zich dit jaar zeker vertalen in nog meer succes voor de VNCW en haar leden.