RIVM inventariseert externe dreigingen bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken

In opdracht van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) heeft het RIVM geïnventariseerd welke dreigingen mogelijk kunnen leiden tot een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen. Net zoals vele andere bedrijven hebben ook Seveso- en ARIE-bedrijven waar met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen gewerkt wordt te maken met externe dreigingen zoals extreem weer en cybercrime. Alhoewel deze dreigingen niet nieuw zijn, komen deze wel steeds vaker voor en neemt de complexiteit toe. Met alle negatieve gevolgen van dien, zoals een onderbreking van de bedrijfscontinuïteit, maar ook het risico op zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen.

Het hele artikel lezen? Word VNCW-lid

Al lid? Log dan nu in.

Onderzoek naar veiligheidsmaatregelen Seveso-inrichtingen tijdens langdurige stroomuitval

Hoe goed zijn Seveso-inrichtingen voorbereid op een grootschalige en langdurige stroomuitval? Die vraag stond centraal in een onderzoek dat in opdracht van het Landelijk Expertisecentrum Industriële Veiligheid (LEC IV) is uitgevoerd door Ben Riemersma (NIPV), in samenwerking met Johan Braker (Veiligheidsregio Groningen) en Imco Janssen (NIPV).

De resultaten van dit onderzoek zijn gepresenteerd tijdens de netwerkdag van het LEC IV. Het bijbehorende rapport van het NIPV biedt waardevolle inzichten en praktische handvatten voor de sector.

Het hele artikel lezen? Word VNCW-lid

Al lid? Log dan nu in.

TNO-onderzoek rekenmodellen blootstelling gevaarlijke stoffen

Bedrijven hoeven niet altijd kostbare metingen (conform EN689) te verrichten om de blootstelling aan gevaarlijke stoffen te bepalen; het gebruik van gevalideerde rekenmodellen is vaak voldoende. Uiteraard dienen de gebruikte modellen gevalideerd te zijn en op de juiste wijze toegepast te worden. Het doel van de berekening bepaalt welk model en welk risicoprofiel (percentiel) het best gekozen kan worden. Omdat deze keuzes de einduitslag direct beïnvloeden, is een zorgvuldige invulling van groot belang om veilig werken aan te tonen. De modellen moeten namelijk een inschatting geven van de mate waarin werknemers blootgesteld worden aan gevaarlijke stoffen om deze waarden vervolgens de vergelijken met de wettelijke grenswaarden voor veilig werken met gevaarlijke stoffen.

Volgens onderzoeksorganisatie TNO bestaat onder Nederlandse deskundigen een discussie over wat bij toepassing van de verschillende modellen de juiste keuze van de percentielwaarde is. Zij heeft daarom een onderzoek uitgevoerd met als doel een gedegen (internationaal) gedragen advies over het vaststellen van de juiste uitkomstmaat en gebruik van percentielen bij het toepassen van rekenmodellen.

Het rapport Interpretatie van percentielen en betrouwbaarheidsintervallen in blootstellingsmodellen is op de website van TNO te downloaden.

Lees verder op tno.nl

Sancties en naleving: wat werkt echt bij bedrijven in de chemie en de binnenvaart?

Hoe dwing je bedrijven tot het naleven van de regels? Is een ‘stok’ (strenge sancties) effectiever dan een ‘wortel’ (herstelgericht toezicht)? Het grootschalige onderzoek ‘De wortel of de stok’ werpt een nieuw licht op de handhavingspraktijk binnen de Nederlandse chemiesector en de binnenvaart. De resultaten tonen opvallende verschillen tussen beide sectoren.

Onderzoekers Aaron Bron, Marieke Kluin, Arjan Blokland en Wim Huisman doken in de data van 567 Seveso-inrichtingen (chemiebedrijven met risico’s op zware ongevallen) en bijna 8.000 binnenvaartschepen. Het doel was om te achterhalen of de zwaarte van een ingreep tijdens een inspectie daadwerkelijk leidt tot minder overtredingen in de toekomst.

Methodiek: verder kijken dan de oppervlakte
Volgens onderzoeker Marieke Kluin is het effect van sancties lastig te isoleren. Bedrijven die al vaker de fout in gaan, hebben namelijk intrinsieke kenmerken die de kans op toekomstige overtredingen vergroten. Om een zuiver beeld te krijgen, combineerde het team complexe data-analyses met een zogenaamde ‘vignettenstudie’. Hierbij kregen zowel toezichthouders als bedrijven hypothetische scenario’s voorgelegd om te toetsen hoe zij reageren op verschillende vormen van handhaving.

De resultaten: verschil per sector
Het onderzoek laat zien dat er geen “one-size-fits-all” oplossing bestaat voor effectieve handhaving:

  • Chemiesector (Seveso): Bij chemiebedrijven blijkt de gekozen sanctie nauwelijks invloed te hebben op de naleving in de toekomst. De grootste voorspeller voor het aantal geconstateerde overtredingen is hier simpelweg de omvang van de inspectie: hoe meer onderwerpen een inspecteur vooraf vaststelt, hoe meer er wordt gevonden.
  • Binnenvaart: In deze sector is een duidelijk preventief effect zichtbaar. Het opleggen van een sanctie leidt bij een volgende controle tot minder overtredingen. Opvallend is echter dat een zwaardere straf niet per definitie beter werkt dan een lichtere maatregel.

De voorkeur voor de ‘straf’
Een opmerkelijke uitkomst van het experiment is de psychologische beleving van handhaving. Zowel de gecontroleerde bedrijven als de inspecteurs zelf geven de voorkeur aan sancties die expliciet als ‘straf’ zijn geformuleerd.

Bedrijven beschouwen een bestraffende insteek als effectiever om de gestelde doelen te bereiken. Inspecteurs voelen zich er op hun beurt prettiger bij; zij zien een duidelijke straf als meer legitiem en geloofwaardig, wat hun bereidheid vergroot om deze instrumenten ook daadwerkelijk in te zetten in de praktijk.

Het volledige rapport is hier te downloaden.

Lees verder op handhavingengedrag.nl

RIVM zoekt ARIE-plichtige bedrijven voor onderzoek

Het RIVM is op zoek naar ARIE-plichtige MKB-ondernemingen die niet onder de Seveso-regeling vallen. Dit in verband met een onderzoek naar informatiestromen. Het gaat om een online gesprek met de persoon binnen het bedrijf die zich bezighoudt met de ARIE-regelgeving en het werken met gevaarlijke stoffen.

Aanmelden voor deelname aan het onderzoek kan hier.

Lees verder op fd23.formdesk.com

 

DCMR bevindingen ongewone voorvallen bij Seveso-bedrijven

De resultaten van DCMR’s jaarlijkse onderzoek naar ongewone voorvallen bij Seveso-bedrijven in 2023 zijn nu beschikbaar. Het gaat hier om afwijkende gebeurtenissen die een behoorlijke impact op de omgeving kunnen hebben, zoals lekkages van gevaarlijke stoffen.

Het aantal meldingen van ongewone voorvallen is de afgelopen jaren gestegen. Waar dit in 2015 een krappe 35% bedroeg is het in 2023 gestegen naar 52%. Het risico op een voorval verschilt uiteraard per branche en soort bedrijf. In 2023 zijn in totaal 3893 ongewone voorvallen bij Seveso-bedrijven geregistreerd. Het ging hier om 211 bedrijven met en zonder maatwerkafspraken. Van het aantal geregistreerde ongevallen ging het in de meeste gevallen (65%) om lekkage/emissie naar lucht.

DCMR geeft aan door de analyses extra aandacht te kunnen besteden aan bedrijven met relatief veel meldingen, maar ook juist aan bedrijven met bijna geen meldingen.

De factsheet over het onderzoek is terug te vinden op de website van de DCMR.

Lees verder op dcmr.nl

 

Vooruit kijken en proactief handelen met oog op energietransitie

Onderzoek van TNO, Arcadis en Berenschot toont aan dat voor een snellere energietransitie grote hoeveelheden waterstof nodig zijn. Het vervoer hiervan brengt veiligheidsrisico’s met zich mee. Er wordt dan ook geadviseerd om energietransitie en omgevingsveiligheid nu al een plek te geven in wet- en regelgeving, beleid en risicobeperkende maatregelen. Dit heeft implicaties voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Naar verwachting zal het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor flink toenemen, met als gevolg een verhoogde druk op het Basisnet. Visieontwikkeling onder regie van Rijksoverheid is nodig om hierop voorbereid te zijn.

Lees verder op arbo-online.nl

 

RIVM-onderzoek leren van incidenten

Om in de toekomst ongelukken met gevaarlijke stoffen te voorkomen heeft het RIVM onderzoek verricht naar de ervaringen van veiligheidsadviseurs met het leren van (bijna-)incidenten tijdens het vervoer van dergelijke stoffen. Zij maakte hiervoor gebruik van een leerprocesmodel van melden, onderzoeken, acties benoemen, communiceren en evalueren. Met het onderzoek is in kaart gebracht hoe bedrijven omgaan met deze ‘bijna-incidenten’.

Om te kunnen leren van elkaars ervaringen is het belangrijk dat bedrijven knelpunten en oplossingen met elkaar delen.

Lees verder op rivm.nl

 

Teleurstellend onderzoek Algemene rekenkamer over bedrijven die werk en met gevaarlijke stoffen

‘De aanpak van milieucriminaliteit en -overtredingen is ontoereikend’; trekt de Algemene rekenkamer als conclusie, met ‘als belangrijke oorzaak het ontbreken van goede, betrouwbare data over de uitkomsten van inspecties bij de bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken’. ‘Een over het algemeen teleurstellend onderzoek en rapportage’; aldus Luciën Govaert van de VNCW, de branchevereniging van de chemische keten. ‘het is wederom makkelijk wijzen naar bedrijven in de werken met gevaarlijke stoffen en van achter een bureau conclusies te trekken terwijl er door deze bedrijven op dagelijkse basis serieus werk van veiligheid gemaakt wordt’.

In de rapportage wordt aangegeven dat toezichthouders, handhavers en de verantwoordelijke bewindslieden in het duister tasten. ‘De rapportages en bevindingen met alle bevindingen worden al overzichtelijk gepresenteerd’; aldus de VNCW. ‘Daarbij zijn alle bevindingen openbaar en voor iedere Nederlander te raadplegen’.  De branchevereniging vraagt zich juist eerder af of er niet al te veel aan informatie openbaar staat en zit zeker niet te wachten op meer informatiebronnen. ‘We zijn zeker voor transparantie, maar iedereen die kwaad wil kan inmiddels steeds meer bij wat en waar. Dat terwijl de fysieke dreiging en dreiging via cybercriminaliteit voortdurend afgeweerd moet worden en juist voor meer risico’s zorgen’.

Volgens het onderzoek worden inspecties niet risicogericht gehouden, maar bedrijven ervaren zelf wel degelijk intensiever bezocht te worden wanneer overtredingen geconstateerd zijn en vinden er actieve nacontroles plaats. ‘Vervolgens wordt de conclusie getrokken dat bij het merendeel van de bedrijven nauwelijks inspecteurs langs komen, terwijl bij tientallen van deze bedrijven het risico op een overtreding hoog is. Dat klopt; bedrijven die er alles aan doen om de veiligheid hoog te houden worden minder bezocht dan bedrijven die het minder doen. Met corona is het wellicht wat minder intensief geweest, maar risicovolle bedrijven worden tenminste jaarlijks door een overheid bezocht. Het toezicht vanuit de overheid ligt in Nederland al beduidend hoger dan die van ons omringende landen’; aldus de VNCW.

In de rapportage wordt veelvuldig het woord ‘milieucriminaliteit’ genoemd, terwijl bedrijven en medewerkers werkzaam in de chemische keten in Nederland niet met dit soort termen geassocieerd willen worden. Op dagelijkse basis wordt door heel veel professionals werk gemaakt van veiligheid en staat de zorg voor het milieu hoog in het vaandel. ‘We zijn als sector voortdurend druk in de weer om risico’s naar nul te leiden en dat vraagt om aandacht.  De aandacht die de Algemene rekenkamer met deze rapportage geeft gaat in ieder geval niet leiden tot een positieve aanpak’.