Een recente Kamerbrief van waarnemend staatssecretaris Aartsen bevestigt de onuitvoerbaarheid van meerdere voorgestelde veiligheidsmaatregelen voor wat betreft het spoorvervoer van gevaarlijke stoffen. Hiermee blijft de langlopende controverse over dit onderwerp tot nu toe onopgelost.
Het conflict draait om het vervallen van de risicoplafonds uit het Basisnet die door internationaal transport continu werden overschreden. Lokale overheden (gemeenten en provincies) voelen zich hierdoor kwetsbaar, omdat het Europese beginsel van vrij verkeer treinen belet om minder bevolkte routes te kiezen, zoals de Betuweroute boven de Brabantroute. Ondanks dat de meeste EU-landen volstaan met internationale standaarden, hervat het Rijk de bestuurlijke dialoog met de lokale besturen vanwege politieke druk.
Spoorvervoer maakt slechts 1,4% van het totale gevaarlijke transport uit, maar is controversieel door routes door stedelijke kernen. Pogingen om vervoerders aan te moedigen minder risicovolle routes te kiezen of over te stappen op andere modaliteiten (zoals binnenvaart) zijn gestrand omdat ze juridisch complex en logistiek onrealistisch zijn op korte termijn. De routekeuze wordt namelijk internationaal bepaald.
Tegelijkertijd kampt de spoorgoederensector met economische tegenslag en inefficiëntie. Een sectorrapport waarschuwt dat zonder overheidssteun de negatieve spiraal en de gevolgen voor de bereikbaarheid zullen aanhouden.
Lees verder op binnenlandsbestuur.nl