In een Kamerbrief van 25 september jl. reageert staatssecretaris Aartsen (Openbaar Vervoer en Milieu) op het tussenverslag voor de voorgenomen herziening van de REACH-verordening. Dit tussenverslag is beschikbaar gesteld door de vaste Kamercommissie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).
Het ministerie van IenW benadrukt dat innovatieve instrumenten nodig zijn om Safe and Sustainable by Design (SSbD) te bevorderen. Deze aanpak maakt deel uit van de Europese strategie voor duurzame chemische stoffen, mede op initiatief van Nederland. Bedrijven hebben ondersteuning nodig om SSbD praktisch toe te passen, zo blijkt uit een door het ministerie geïnitieerde essaybundel. Daarom is de Europese Commissie gestart met een pilot voor substitutiecentra die bedrijven ondersteunen met kennis over de eigenschappen van chemische stoffen en niet-chemische alternatieven, methodes om risico’s te beoordelen, regelgeving, financiering en samenwerking in de keten. In Nederland wordt daarnaast gewerkt aan een expertisecentrum SSbD, dat volgens de Routekaart van het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie in 2027 moet worden gerealiseerd.
Het kabinet is het eens met de commissie IenW dat bedrijven tijdig duidelijkheid moeten krijgen over de besluitvorming. Er moet voorkomen worden dat bedrijven in alternatieve stoffen investeren die later vergelijkbare risico’s blijken te hebben als de stoffen die oorspronkelijk gebruikt werden. Ook moet de groepsaanpak waarvoor gekozen wordt niet onnodig bedrijven beperken bij de ontwikkeling van alternatieven en moeten de gevolgen voor de administratieve lasten voor bedrijven meegewogen worden in de besluitvorming.
De Tweede Kamer wil dat de risico’s van de verschillende gevaarlijke stoffen niet op individueel niveau beoordeeld worden, maar in combinatie met elkaar. Dit om de effecten van blootstelling niet te onderschatten. Het is aan de Europese Commissie om hier een voorstel voor te doen.
Op de website van Rijksoverheid is in de beslisnota behorende bij de Kamerbrief achtergrondinformatie te vinden die door de bewindspersonen gebruikt wordt tijdens de besluitvorming.
Lees verder op rijksoverheid.nl