Warning: The magic method Visual_Form_Builder::__wakeup() must have public visibility in /var/www/vhosts/vncw.nl/httpdocs/wp-content/plugins/visual-form-builder/visual-form-builder.php on line 68

Warning: The magic method Visual_Form_Builder_Form_Display::__wakeup() must have public visibility in /var/www/vhosts/vncw.nl/httpdocs/wp-content/plugins/visual-form-builder/public/class-form-display.php on line 35
Chemiebeurs 2018: Kennis en nieuwe technieken in de chemische keten - Vereniging voor de chemische logistiek

Chemiebeurs 2018: Kennis en nieuwe technieken in de chemische keten

 

Feest!

Woensdag 26 september 2018 vond – onder leiding van dagvoorzitter Lorraine Vesterink van De Unieke Ondernemer – de tiende editie van de Chemiebeurs plaats. ‘Een mijlpaal’, vertelt VNCW-bestuurslid Mieke van Ginkel. ‘De Chemiebeurs is uitgegroeid tot een succesvol event, misschien moeten we het volgend jaar maar in een kasteel vieren’. Of dat er van gaat komen is de vraag. Voor komend jaar zit VNCW in ieder geval vol plannen laat voorzitter Luciën Govaert weten. ‘Voor logistieke partijen in de chemische sector gaat het aantal verantwoordelijkheden de komende jaren flink toenemen, mede door veranderende wetgeving en innovaties. Aan ons als branchevereniging de schone taak om hier duidelijk over te communiceren en onze leden goed te vertegenwoordigen.’


De wereld innoveert: doet u mee?

Hans Groenhuijsen, innovator / strategisch adviseur

Wereldwijd vinden een aantal interessante verschuivingen plaats. Zo is de vraag naar goederen en diensten vanuit Azië de afgelopen jaren exponentieel gestegen. De vraag wordt ook complexer: we plaatsen steeds meer online bestellingen, die we binnen 24 uur of sneller geleverd willen krijgen. Dit raakt de hele markt, van de leverancier tot aan het chemisch bedrijf. Het vraagt om innovatie.

En gaat het om innovatie dan zie je dat bedrijven veelal naar hun eigen strategie en sector kijken, naar wat daar gebeurt. Dit is echter een valkuil. Wilt u écht innoveren, dan moet u juist ‘over de schutting’ kijken. Wat gebeurt er bijvoorbeeld in branches die uw business nu nog niet raken, maar mogelijk in de toekomst wel? Neem DHL als voorbeeld. Zij kijkt naar technologische trends in de breedste zin van het woord: robotisering, big data, 3D-technieken, biowetenschappen, augmented reality en internet of things. Maar ze kijkt ook naar sociale, economische en maatschappelijke trends wereldwijd. Zowel op de korte termijn (vijf jaar) als op de lange termijn.

En dan de vijf grootste techbedrijven in de wereld: Amazone, Apple, Facebook, Google en Microsoft. Ze worden de ‘frightful five’ genoemd omdat ze groot, sterk en ongrijpbaar zijn. Maar zet je deze angst opzij en kijk je naar wat deze innovatieve bedrijven gemeenschappelijk hebben, dan zie je dat ze continu communiceren met de consument, waarde creëren voor de consument en steeds nieuwe businessmodellen verzinnen. Bovendien weten ze precies wat de consument wil, niet alleen vandaag maar ook volgend jaar. Zeker dit laatste punt is interessant. Vraag je aan een bestaande klant wat hij overmorgen wil hebben, dan zal het antwoord in lijn liggen met hetgeen de klant al kent en snapt. Dat heeft ermee te maken dat ons brein moeilijk kan aangeven wat het volgend jaar wil hebben, als hij de termen nog niet kent. Tellen de wensen van uw klanten dan in zijn geheel niet mee bij het bepalen van de toekomst van uw bedrijf? Jawel, als uw plannen maar op meer gestoeld zijn dan dat.

Houd daarbij in het achterhoofd dat het overgrote deel van de innovaties op het eerste gezicht van geringe betekenis zijn. De kracht zit ‘m in het koppelen van meerdere innovaties. Dit betekent dat iedereen kan innoveren, ook uw bedrijf. Het is niet een kwestie van grote laboratoria en miljoenen aan investeringen. Het hoeft ook niet per se op technologisch vlak te liggen. Op sociaal terrein binnen de organisatie kunt u ook succesvol innoveren.

Hoe u actief aan de slag kunt met de toekomst van uw bedrijf? Stel zelf een ‘business model canvas’ op en vraag aan belangrijke klanten, leveranciers en stakeholders om dit ook voor u te doen. Op de punten die niet overeenkomen, liggen de uitdagingen: daar zijn innovaties nodig. En zet vervolgens die stip op de horizon, een datum wanneer de innovaties moeten zijn doorgevoerd. Dat wordt nog te vaak vergeten.


Robotisering bij Dow
Peter Voorhans, maintenance leader The DOW Chemical Company

De reden dat DOW robots inzet, heeft alles te maken met de strategie van het bedrijf. Veiligheid en efficiëntie staan bovenaan en robots kunnen hier veel aan bijdragen. Bij veiligheid gaat het erom dat DOW haar medewerkers niet meer wil blootstellen aan omgevingen waar de risico’s voor de eigen veiligheid en gezondheid te groot zijn. Dan heb je het met name over werken op hoogte, in tanks, in besloten ruimten en onder water. Dit werk wil DOW in de toekomst door robots laten uitvoeren. En door robots in te zetten, kun je processen efficiënter maken. Zo kan het dagen duren om een vat geschikt te maken voor opslag. Met robots hoopt DOW dit proces in de toekomst te versnellen.

Er zijn verschillende soorten robots die DOW wil gaan inzetten. Zeventig procent van de inspecties van DOW zijn visueel. Deze inspecties kan je redelijk gemakkelijk uit laten voeren door robots met een camera, wat al op grote schaal gebeurt. Dan heb je het monteren, demonteren en onderhouden, ofwel de MDO-techniek. De robots die DOW ontwikkelt zijn hier steeds meer toe in staat. Ook heb je de situatie dat iets is geconstateerd en je bijvoorbeeld moet reinigen: de eerste bewerkingen hiervan met een robot zijn al uitgevoerd. Als laatste is er een wens voor robots die daadwerkelijk reparaties kunnen uitvoeren. Hier valt nog een slag te slaan. Naast robots zet DOW mobile devices en sensoren in, om de veiligheid en efficiëntie te verbeteren. Zo moet iedere operator in de toekomst in staat zijn processen te sturen met de mobile devices die hij heeft en kwaliteitscontroles moeten voor een heel stuk zijn uitgefaseerd. Deze visie wordt top-down gedreven.

Benadrukt wordt dat robotisering niet alleen om techniek draait. Het gaat ook om het verzamelen van data. Op dit moment is DOW nog 50% van haar tijd hiermee bezig. Dit moet omlaag, zodat de medewerkers meer aan analyseren toekomen. Bovendien moet je ook niet alles in een systeem willen stoppen, dan schiet je je doel voorbij.

Voor de robotisering heeft DOW onder meer ‘robotics engineers’ ingehuurd. Er is een behoefte aan rollen die de organisatie niet eerder heeft gezien. De people sourcing modellen veranderen, met als gevolg dat goed in de gaten moet worden gehouden waar behoefte aan is en waar mensen vandaan worden gehaald. Helemaal zelf doet DOW de robotisering overigens niet. Om innovatie te stimuleren is ze de samenwerking aangegaan met elf grote asset owners, een kleine vijftig partners vanuit de maintenance hoek en zo’n tien kennisinstituten (adviesbureaus en universiteiten).

Ter afsluiting: gaat het om robotisering in de keten van chemie-logistiek, dan zijn er nog flinke uitdagingen. Met name op het gebied van explosieveiligheid. Zo moet bijvoorbeeld voorkomen worden dat een robot explosieversterkend werkt.


Samen op weg naar een schone, gezonde en veilige leefomgeving

Charles Tangerman, senior beleidsmedewerker bij Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft veiligheid hoog in het vaandel staan. Zij ziet veiligheid als onderdeel van het milieu. Gezond, veilig en schoon wordt in één adem genoemd. Als er iets ontploft, dan veroorzaakt dat immers niet alleen drukgolf waar je dood aan kunt gaan. Er vindt ook een emissie van stoffen plaats die slecht kunnen zijn voor het milieu en dat wil je niet.

De aanpak van milieurisico’s verloopt via drie sporen. Allereerst door het voorkomen van risico’s die gepaard gaan met materialen, processen en producten. Als succesvol voorbeeld wordt genoemd het stoppen van de chloortreinen. Akzo Nobel transporteerde chloor van Delfzijl naar Rotterdam, waar de afnemers zaten. Na veel overleg is de productie verplaatst naar Rotterdam, waardoor het transport van het chloor niet meer nodig was en risico’s werden voorkomen.

De tweede manier waarop IenW milieurisico’s aanpakt, is via toezicht en handhaving. De focus ligt op dit moment bij ‘net niet’ BRZO-plichtige bedrijven en achterliggende BRZO-plichtige bedrijven. Voor BRZO-plichtige bedrijven gelden veel extra eisen op het gebied van veiligheidsbeheersing. Wat let de ‘net niet’ BRZO-plichtige bedrijven om ook een veiligheidsbeheerssysteem te gebruiken? Speciaal voor hen heeft IenW een eenvoudige tool opgesteld, waarmee een bedrijf in een middag kan zien hoe het met de veiligheid is gesteld. En valt er iets te verbeteren, dan kunnen deze bedrijven per 1 januari 2019 waarschijnlijk aanspraak maken op subsidie.

Als laatste wil IenW de samenleving betrekken bij het aanpakken van milieurisico’s. Via safetydeals en de belevingsthermometer bijvoorbeeld. De ambitie is om een leefomgeving te creëren die veilig is én als zodanig wordt ervaren door de samenleving.

Tot slot wordt stil gestaan bij het programma duurzame veiligheid 2030. In het najaar van 2016 hebben vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de overheid en de wetenschap afgesproken structureel te gaan samenwerken om de veiligheid in de (petro)chemische sector te verbeteren. Om dit te bereiken worden via vijf roadmaps concrete activiteiten, pilots en onderzoeken uitgewerkt. De roadmaps zijn duurzaam assetmanagement, integrale uitvoering van beleid, transparante en beveiligde chemiesector, ruimte voor (petro)chemieclusters en hoogwaardig kennissysteem voor de chemie. Volgens IenW is een ding zeker als het om veiligheid gaat: we moeten het samen doen!


Human factor

Joey Nijsten, namens ANSUL Solutions

Menselijke factoren beïnvloeden ons handelen, denken en doen. Joey Nijsten durft te beweren dat zo’n zeventig procent van alle ongelukken te wijten is aan menselijk handelen. Vermoeidheid, werkdruk, onvolledige informatie betreffende de werkzaamheden, gebrekkige onderlinge communicatie (denk aan taalbarrières), falende / gebrekkige beslissingen en macho gedrag (‘wat kan mij gebeuren, ik doe dit al jaren’) zijn hier debet aan.

Van belang is scherp te zijn op zogenaamde gevaarlijke gedragingen, ofwel gedragingen die zouden kunnen leiden tot ongelukken. Denk dan aan anti autoritair, impulsief, onkwetsbaar, berustend, gehaast, gestrest, vermoeid, afgeleid en te gefixeerd gedrag. Wat je vaak ziet is dat als mensen hierop worden aangesproken, de reactie iets is in de trant van: ‘Ga jij mij nou vertellen…’. Om dat te voorkomen doet u er als bedrijf goed aan een rode vlag te introduceren wanneer er een sein komt of meerdere signalen zijn, dat een incident of ongeval kan gebeuren. Maak er beleid van dat wanneer de rode vlag (letterlijk) verschijnt, het gesprek moet worden aangegaan. Ben hier ook consequent in: zie het, zeg het en los het op.

Verder bestaat het gevaar dat je gewend raakt aan een risico. Je ziet een risico door de vingers en de keer erop weer. Je raakt eraan gewend en ziet de keer daarop nog meer risico’s door de vingers etc. Coach je medewerkers hierin.


Juridische vraagstukken: rechten en plichten, wanneer is het goed genoeg?

Esther Broeren, advocaat en partner Element Advocaten

Soms kun je het als bedrijf beter doen, soms moet je het als bedrijf beter doen. Esther Broeren merkt in haar praktijk dat dit steeds dichter bij elkaar komt te liggen: als het beter kan, dan moet je het ook beter doen. In lijn hiermee bespreekt ze twee publicaties van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

In de ene publicatie werd gesteld dat alle bedrijven – betrokken bij het bedrijf waar een incident had plaatsgevonden – iets met eerder gedane aanbevelingen over de veiligheid van het bedrijf hadden kunnen doen. In dit geval was dat onder andere DCMR, de certificerende instanties maar ook de partijen die hun producten hadden opgeslagen in de loods waar het ongeval had plaatsgevonden. In een andere publicatie richtte de Onderzoeksraad zich juist alleen op het bedrijf waar het ongeval had plaatsgevonden. Het bedrijf in kwestie werd geacht doelstellingen na te streven die verder gaan dan wat de wet- regelgeving vergt.

Wat in het bestuursrecht opvalt, is dat er veel uitspraken zijn waarin centraal staat of een variant op de in de PGS15 genoemde technieken of maatregelen mag worden toegepast. Het uitgangspunt is dat het bevoegd gezag mag verlangen dat u datgene dat in de PGS15 staat uitvoert. Heeft u een andere variant, dan is het aan u om te bewijzen dat deze gelijkwaardig of zelfs beter is. Nu deed zich het volgende voor: het bevoegd gezag verlangde het plaatsen van een scheidingswand, terwijl dit niet in de PGS15 was opgenomen. Volgens de rechter mocht het bevoegd gezag dit verlangen, mits het een theoretisch scenario was dat het risico zich zou voordoen. Uit een rapport bleek dat de kans zeer klein was, dus hoefde de scheidingswand niet geplaatst te worden. In een andere zaak oordeelde de rechter echter dat al was de kans dat het scenario zich zou voordoen heel klein, het toch aannemelijk was dat het scenario zich werkelijk zou kunnen voordoen en dus moest de voorwaarden van het bevoegd gezag opgevolgd worden.

In het civielrecht, dat commerciële relaties beheerst, is de volgende zaak voorbij gekomen: een producent van gevaarlijke stoffen slaat zijn goederen op bij een andere partij. Deze partij stelt alle benodigde vergunningen te hebben. Dan gaat het mis en blijken de vergunningen ook niet op orde. Kan de producent hiervoor aansprakelijk gesteld worden? Ja, dat kan! Geef je gevaarlijke stoffen uit handen, dan geldt een zorgplicht. Weet uw bedrijf bijvoorbeeld dat er discussies rondom de veiligheid bij het opslagbedrijf spelen of dat vergunningen niet in orde zijn, dan kan u – als u hier niets aan doet en het gaat vervolgens mis – aansprakelijk gehouden worden voor de schade.

Een onderwerp dat in opkomst is, is de openbaarheid. Er zijn veel (milieu)organisaties die dossiers – die bij het bevoegd gezag liggen – opvragen. Om te bezien of er milieuconsequenties zijn of gewoon om deze openbaar te maken. Dit hoeft niet een probleem te zijn, ware het niet dat op internet selecties worden gemaakt en (een deel van) de tekst een eigen leven kan gaan leiden. Bovendien betekent openbaar, ook openbaar voor de concurrent. De verzoeken zijn soms heel uitgebreid: wij willen foto’s, aantekeningen, communicatie en zelfs namen. Wees daarom voorzichtig met wat u bij bestuursorganen neerlegt. Is het echt vertrouwelijk, nodig ze uit voor een gesprek en laat de documenten enkel zien en berg ze daarna weer veilig op.

Blootstelling aan kankerverwekkende stoffen
Diana Martens, projectleider gevaarlijke stoffen Inspectie SZW

Per jaar sterven er nog steeds 3000 werknemers doordat zij in het verleden zijn blootgesteld aan gevaarlijke of kankerverwekkende stoffen. Dit mogen we niet als normaal (gaan) vinden. Om die reden heeft de Inspectie SZW haar inzet op preventie versterkt. Zij wil faciliteren, meedenken en samenwerken met de branche, maar waar nodig zal zij ook streng zijn en optreden. De visie is om een road to zero in te gaan met de bedrijven, zodat er geen werknemers meer ziek worden doordat ze met gevaarlijke stoffen hebben gewerkt. De verantwoordelijkheid ligt hierbij bij de bedrijven zelf, zij moeten aan de slag gaan.

Wilt u checken welke gevaarlijke stoffen u ‘in huis heeft’, welke risico’s daaraan verbonden zijn en welke maatregelen u moet nemen, doe dan de zelfinspectie gevaarlijke stoffen via www.zelfinspectie.nl/gevaarlijkestoffen. Er zijn vervolgens vier stappen die een bedrijf moet ondernemen om werknemers goed te beschermen. Wees erop bedacht dat voor CM(R) stoffen zelfs nog extra (wettelijke) eisen gelden.

De eerste stap betreft het inventariseren van alle aanwezige en kankerverwekkende stoffen, en het vastleggen van de eigenschap van deze stoffen. De tweede stap betreft het beoordelen van het blootstellingsniveau: hoe vaak, hoe lang en wat zijn de grenswaarden. De derde stap is het nemen van maatregelen van tijdelijke en structurele aard, alsook het vastleggen van een arbeidshygiëne strategie. De laatste stap is de borging, ofwel het geven van voorlichting en instructie, het tijdig signaleren van veranderingen en het uitvoeren van medisch onderzoek.

In 2017 heeft de Inspectie SZW geconstateerd – als het om CM(R) stoffen gaat – dat veel bedrijven in iedere bovengenoemde stap van alles doen, maar dat het nooit volledig is en veelal ad hoc. Wat vaak nog ontbreekt, is de schriftelijke onderbouwing van de noodzaak van het gebruik van deze stoffen, en het inzicht in wat het bedrijf heeft gedaan om het (proberen) te vervangen. Ongeveer de helft van alle bedrijven die zijn geïnspecteerd, hadden geen enkele inspanning gedaan om het te vervangen. Dat is ernstig.

Ook in 2019 hebben CM(R) stoffen de prioriteit bij de Inspectie SZW, en daarnaast sensibiliserende stoffen. Er wordt grondig geïnspecteerd op de vier stappen (aanpak van blootstelling) en de vereisten die gelden voor CM(R) stoffen. De Inspectie SZW wil zo veel als mogelijk de dialoog voeren met de branche en voorlichting geven.

Omgevingswet en overgangsrecht: wat gebeurt er met uw voorschriften?
Martin Kleijburg – senior consultant permitting RoyalhaskoningDHV

Het huidige omgevingsrecht is complex en versnipperd over zestig wetten, honderd amvb’s en honderden regelingen. Trage besluitvorming, onvoorspelbaarheid voor burgers en bedrijven en weinig mogelijkheden voor het openbaar bestuur, zijn het gevolg hiervan. De Omgevingswet moet dit veranderen. Het is één samenhangende wet over de fysieke leefomgeving, die ontwikkeling stimuleert en de kwaliteit van de leefomgeving waarborgt.

Hoe ziet de Omgevingswet eruit? De kern bestaat uit de Omgevingswet zelf, vier amvb’s – te weten het omgevingsbesluit, het besluit kwaliteit leefomgeving (bkl), het besluit activiteiten leefomgeving (bal) en het besluit bouwwerken leefomgeving (bbl) – en één ministeriele regeling, de omgevingsregeling. De onderwerpen bodem, geluid, grondeigendom en natuur zijn zo complex dat hier aanvullende wetten en besluiten voor worden gemaakt.

Voor bedrijven die nieuwe activiteiten starten, is de omgevingswet makkelijk te begrijpen en toe te passen. Voor bestaande activiteiten ligt dit anders. Goed om te weten is dat het inrichtingenbegrip verdwijnt en wordt vervangen door de bepaling die het verbiedt om zonder omgevingsvergunning (onder andere) milieubelastende activiteiten te verrichten. In het bal staat wat een milieubelastende activiteit is en het opslaan van gevaarlijke stoffen valt hieronder. Verder wordt het toetsingskader van de aanvraag breder. Nu is het ‘in het belang van bescherming van het milieu’ en het wordt ‘met het oog op het waarborgen van de veiligheid en het beschermen van de gezondheid en het milieu’. Verlening vindt alleen plaats bij een hoog niveau van bescherming en bij geen significante verontreiniging.

Van groot belang is dat op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, verschillende rijksregels komen te vervallen. Denk aan regels over geluid en geur. Deze regelgeving wordt aan decentrale overheid overgelaten. Zij kunnen hiervoor hun eigen afwegingen maken. Gemeenten hebben meerdere jaren om deze regels op te nemen. Vanuit de zaal wordt opgemerkt, dat het de vraag is of gemeenten dit aankunnen.

Wat betreft het overgangsrecht: een vergunning die u nu heeft, geldt na invoering ook. Wel kan het voorkomen dat iets wat nu niet vergunningsplichtig is straks wel vergunningsplichtig wordt. Dit wordt waarschijnlijk opgelost door u een vergunning voor twee jaar te geven, in welke periode u een nieuwe vergunning kunt aanvragen. Het kan ook voorkomen dat iets dat nu vergunningsplichtig is, dat straks niet meer is. Voor die gevallen blijven de huidige voorschriften gelden.

PGS15: scenario’s en maatregelen
Jan Heitink – risicoanalyst AVIV

De PGS15 nieuwe stijl is gebaseerd op de risicobenadering. Dat betekent dat van elk voorschrift het doel van dat voorschrift duidelijk is. Zo wordt het mogelijk te overwegen of dat doel ook met een andere maatregel net zo goed te realiseren is. De verbinding tussen doel en voorschrift wordt gelegd met het begrip scenario. Een scenario is het onbedoeld vrijkomen van een gevaarlijke stof uit zijn verpakking waardoor letsel of schade aan de omgeving ontstaat. Het begrip scenario brengt structuur in een discussie over gelijkwaardigheid. Een voorschrift is bedoeld om het vrijkomen van een gevaarlijke stof te voorkomen dan wel de ontwikkeling naar een grote schade te stoppen.

In PGS15-verband is de grootst mogelijke schade de “rode Rijn” als gevolg van een geheel afbranden van de opslagvoorziening. De brandscenario’s zijn in te delen in drie hoofdgroepen: brand na een lekkage van een ontvlambare stof, brand door andere oorzaken (bijvoorbeeld elektrisch) en brandoverslag van een externe brand. Een discussie over bijvoorbeeld een alternatief brandbeheersingssysteem kan nu “afgepeld” worden door met elkaar systematisch deze scenario’s achtereenvolgens te beschouwen en het functioneren van het systeem in kwestie na te gaan.

De kansen die we aan scenario’s toekennen hebben een beperkte betrouwbaarheid. Zij stellen ons in staat om globale vergelijkingen tussen alternatieven te maken. Bij het besluit om bepaalde maatregelen wel of niet te implementeren spelen overwegingen van redelijkheid en haalbaarheid een rol. Veiligheid is altijd deel van een geheel.

De laatste ontwikkelingen rondom PGS15 Nieuwe Stijl
Paula Bohlander, programma manager NEN / Robbert van ’t Veer

Waarom een PGS15 nieuwe stijl? Hier zijn meerdere redenen voor. Allereerst is de huidige PGS15 een vergaarbak van meerdere regels, waardoor het niet altijd duidelijk is waarom een voorschrift hierin. Ook is het lastig hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. En als laatste speelt de gelijkwaardigheidsdiscussie een rol. Er zijn bedrijven die het net anders willen doen, maar als je niet weet waarom een bepaald voorschrift als zodanig in de PGS15 staat, dan is het niet eenvoudig om je gelijkwaardigheid aan te tonen.

Om al deze redenen is besloten om de inhoud van PGS15 – en alle anderen PGSen (!) – aan te passen. Er wordt een systematiek aan ten grondslag gelegd, die moet zorgen voor een meer gestructureerde opbouw. Ook wordt meer uitleg gegeven over de gevaren van de stoffen die in PGS15 staan. Het document wordt daardoor dikker, maar wel duidelijker.

Verder krijgt de PGS15 een hogere status, mede doordat het ministerie SZW de voorschriften – die in de PGS15 staan – in het beleid vastleggen. Hierdoor krijgt het een wettelijk karakter. En waar nu in het activiteitenbesluit af en toe een verwijzing naar de PGS15, komen ze straks direct in het bal te staan.

 

Tekst by: Steffie Bom  Foto’s by: Astrid Venhorst

 

Situs Slot

Slot Toto

Toto 4D

BENUA777

https://pub.isae.in/

Benua777

Situs Toto

Situs gacor

Direktur4d