De Europese chemische sector bevindt zich in een uitdagende transformatie. Uit recent onderzoek van Cefic, de Europese koepelorganisatie van de chemische industrie, blijkt dat de productiecapaciteit in Europa hard achteruitgaat. Vooral in Nederland en Duitsland vallen de klappen zwaar, terwijl de broodnodige investeringen in nieuwe projecten achterblijven.
In januari 2025 publiceerde Cefic een studie naar het concurrentievermogen van de sector. Daaruit bleek dat er in de periode 2023-2024 voor maar liefst 11 miljoen ton aan fabriekssluitingen werd aangekondigd. Om de vinger aan de pols te houden, heeft Cefic samen met adviesbureau Roland Berger een nieuwe ‘tracker’ gelanceerd. Dit instrument houdt nauwkeurig bij hoeveel fabrieken er sluiten en hoeveel er wordt geïnvesteerd. De eerste resultaten schetsen een zorgwekkend beeld.
Drastische krimp in productiecapaciteit
Tussen 2022 en eind 2025 is het aantal aangekondigde sluitingen in Europa verzesvoudigd: van 2,9 miljoen naar maar liefst 17,2 miljoen ton per jaar. In totaal is er in deze periode voor 37 miljoen ton aan capaciteit verloren gegaan, wat neerkomt op zo’n 9% van de volledige Europese productie.
Vooral de basischemie wordt hard geraakt. De zogenaamde ‘steam crackers’, die als motor van veel chemische clusters dienen, zien hun capaciteit met 16% dalen. Dit zet de stabiliteit van complete industrieparken onder druk. De gevolgen voor de werkgelegenheid zijn eveneens groot: naar schatting staan er 20.000 directe banen op het spel.
Nederland in de frontlinie
Opvallend is dat de sluitingen zich concentreren in de belangrijkste chemische regio’s. Duitsland voert de lijst aan (25%), direct gevolgd door Nederland (20%). In ons land gaat het om een afname van 7,2 miljoen ton aan capaciteit. Als belangrijkste redenen voor deze trend noemen bedrijven de hoge energiekosten in Europa, een tegenvallende vraag en de moordende concurrentie door overcapaciteit op de wereldmarkt.
Investeringen blijven achter
Tegenover de golf van sluitingen staan helaas te weinig nieuwe investeringen. Waar er in 2022 nog voor 2,7 miljoen ton aan nieuwe projecten werd bevestigd, was dat eind 2025 nog maar 0,3 miljoen ton (een daling van 86%). Ook het geïnvesteerde kapitaal is fors afgenomen. Hoewel er nog wel geld vloeit naar duurzame thema’s zoals recycling, emissiereductie en de batterijketen, is dit onvoldoende om het verlies in de basischemie te compenseren.
Een groeiende onbalans
Het netto-effect van deze ontwikkelingen is een verlies van 30,2 miljoen ton aan productiecapaciteit voor Europa. De landen waar de meeste fabrieken sluiten, zijn momenteel niet de landen die de grote nieuwe investeringen aantrekken. Alleen België vormt hierop een uitzondering door enkele zeer grote projecten.
Deze groeiende onbalans zorgt voor een structurele verandering in de keten. De Europese industrie wordt hierdoor steeds afhankelijker van de import van basisgrondstoffen van buiten Europa. Voor professionals in de sector betekent dit niet alleen een economische verschuiving, maar ook een verandering in de logistieke stromen en risicoprofielen binnen de chemische keten.
Het volledige Radar-rapport 1 ‘European chemical closures and investments radar 2022-2025’ is te downloaden op de Cefic-website.
Lees verder op cefic.org